Antarctica

Eindelijk, de dag van onze expeditie is aangebroken! We zijn allebei een tikkeltje nerveus en hopen dat alles goed geregeld is. In de procedure van het expeditiebedrijf staat dat we allerlei documenten zouden moeten ontvangen, maar die hebben wij nooit gehad. Van de tour operator begrepen we dat we niet alle documenten krijgen, omdat wij tegen een hoog kortingstarief hebben geboekt, wat betekent dat we vooraf iets minder extra’s krijgen. Maar goed, het is allemaal niet heel erg officieel bevestigd.

Omdat we pas ’s middags aan boord kunnen gaan we eerst naar het maritiem- en gevangenismuseum in Ushuaia. Het is een verrassend leuk museum, waar ook Nederland regelmatig aan bod komt op het gebied van scheepvaart en ontdekkingsreizen.

Daarna gaan we lunchen en doen we wat laatste boodschappen. Dan is het tijd om onze tassen te pakken en naar de haven te lopen. Nu is het afwachten of we goed en wel de boot op kunnen. We moeten eerst de bus in en die brengt ons naar de pier en het schip. Maar we hebben ons nog steeds nergens hoeven registreren. Dan staan we met de bus voor het schip en krijgen we een kort welkomstwoord van expeditieleider Shane. Dan mogen we de bus uit en het schip op. Er staat een haag van personeel om ons welkom te heten en om ons de goede kant op te leiden. Dan moeten we inchecken en gelukkig zijn onze badges snel gevonden. Mooi, geen problemen met de reservering! We waren er stiekem toch een beetje bang voor.

We worden naar onze cabine gebracht en komen uit bij een kamer met stapelbed en een eigen badkamer. Dikke prima! We hadden het een stuk kleiner verwacht (al is de kamer zeker niet groot). Na onze spullen te hebben gedropt gaan we naar de welkomstreceptie. Er staan wat taartjes en koeken klaar en we krijgen wat te drinken aangeboden. Het is heerlijk weer, dus de receptie wordt buiten gehouden. Daarna volgen wat verplichte veiligheidsbriefings en doen we een ‘lifeboat drill’ en dan gaan we op weg!

We moeten eerst de Drake Passage overvaren, wat zo’n 2 dagen duurt. Een berucht stuk zee, waar water onderlangs het Zuid-Amerikaanse continent wordt geperst. Soms met hoge golven als gevolg! Er zijn 2 mogelijke scenario’s: De ‘Drake shake’ (ruig water) of de ‘Drake lake’ (kalm water). Tijdens de overgang lijken we geluk te hebben en is het laatste scenario van toepassing.

De eerste avond begint met een buffetdiner en we mogen niet klagen. Salades, vlees, vis en tig andere lekkere dingen! We eten niet teveel, omdat dit kan bijdragen aan het krijgen van zeeziekte. Daarna gaan we wat kleding ophalen voor de verschillende expedities. We krijgen een dikke parka en een stel waterdichte laarzen.

De meeste vrije tijd die we hebben proberen we buiten door te brengen. Op het dek kunnen we goed vogels (en mogelijk walvissen) spotten. We merken dat het buiten snel kouder wordt naarmate we verder naar het zuiden gaan.

De volgende dag hebben we een aantal informatieve praatjes over Antarctica en de vogels die er kunnen voorkomen, maar ook over de geschiedenis en ontdekking van het continent.

Op dag 2 passeren we de ‘Antarctic convergence’, een gebied waar in het noorden warmer water is, en ten zuiden van de convergence kouder water. We krijgen nog een grafiek te zien, waarbij de watertemperatuur binnen enkele zeemijlen van 4 graden naar 1 graad daalt. We komen nu dus echt in Antarctische wateren! Tijdens deze dag lopen we vooral buiten rond en proberen we vogels te spotten. Er komen niet veel andere vogels voorbij, maar we zien wel een gigantische albatros. Helaas hebben we geen walvissen gezien, ondanks dat er wel een aantal waren gespot door anderen.

Dag 3 brengen we weer door op het dek. Er was ’s ochtends een walvis die naast het schip was blijven zwemmen. Maar toen sliepen we nog, dus we balen van onze gemist kans. We brengen daarom wat meer tijd door op de brug van het schip (deze is vrij toegankelijk) om van daaruit met verrekijkers naar walvissen te zoeken. Met een beetje geluk weten we er een paar te spotten, maar ze zijn ver weg en met het blote oog nauwelijks te zien. Het is natuurlijk beter dan niets gezien te hebben! Als we later naar het achterdek lopen is deze bijna helemaal verlaten. We staan er nog geen minuut en op 30 meter van het schip verschijnt ineens een bultrug. Binnen een paar seconden duikt de walvis weer weg en zwiept nog even met zijn staart voordat hij verdwijnt. Wauw!

Die middag gaan we voor het eerst op expeditie. Het blijkt een extraatje te zijn, omdat we door de voorspoedige heenreis sneller zijn gearriveerd dan verwacht. Met zodiacs, flinke rubberboten, gaan we in groepen van 10 van de boot af om aan land te gaan. We zijn inmiddels bij de Zuidelijke Shetland Eilanden. Ondanks de vele sneeuw die er ligt is het er nog best wel rotsachtig, met grote bergen en kliffen. We gaan aan land om een aantal pinguïn-kolonies te bezoeken. Al gauw blijken er duizenden pinguïns op het eiland te zitten, die wij tot op een paar meter afstand kunnen benaderen. Ongelooflijk! Ondanks dat ze een beetje bang zijn voor de grote groep toeristen van zo’n 100 man durven ze zich af en toe even te showen. Of ze ploeteren door de sneeuw tussen de mensen door naar een andere kolonie. We zien hier vooral ‘chinstrap’ en ‘gentoo’ pinguïns. De aanzienlijk grotere koning- en keizerpinguïns komen helaas niet voor op het noorden van het continent. Maar het is een indrukwekkende eerste ervaring.

Van tevoren kon je je opgeven voor extra activiteiten, zoals kayakken en klimmen. Helaas zat alles al vol toen wij boekten. Alleen komen we er nu achter dat de mensen die een activiteit doen een zodiac cruise of landing moeten overslaan. Een flinke groep mensen heeft de pinguïns dus niet van zo dichtbij gezien! Je betaalt zo een paar honderd dollar voor die activiteiten, dus achteraf gezien hebben we er geen spijt van dat we geen extra’s hebben kunnen bijboeken.

Door de kalme zee hebben we allebei geen last gehad van zeeziekte. Al is het tijdens nacht #2 wel raak voor Martijn. Hij is ’s nachts een heel klein beetje misselijk en gaat er even uit om naar de wc te gaan. Maar op het moment dat hij rechtop gaat zitten komt zijn maaginhoud ook omhoog. Hij springt in één keer uit het bovenste stapelbed en komt met een dreun op de grond neer en hij sprint naar de wc. Karyn schrikt verbaasd wakker. Of het zeeziekte was of teveel wijn tijdens het avondeten weten we niet, maar de komende dag is het verteringsstelsel van Martijn van slag. Al is het wel bij één keer overgeven gebleven.

De volgende ochtend staat er een zodiaccruise op het programma, waarbij we langs besneeuwde bergen en gletsjers en ijsschotsen varen. Tijdens de middagexcursie gaan we cruisen en aan land. We gaan eerst cruisen en spotten de nodige vogels. Daarna gaan we aan land. Hier zetten we voor het eerst voet op het vasteland van Antarctica. We gaan op de foto met een doek waar de kaart van Antarctica op staat om het allemaal formeel vast te leggen. Daarna klimmen we langs een besneeuwde helling omhoog naar een uitzichtspunt, waar we over het land, de gletsjers en de zee uit kunnen kijken. Het is grauw en grijs, wat een mooi contrast oplevert met de witte sneeuw. Op het land stond ook een Argentijns onderzoeksstation, maar deze was op dit moment niet bemand.

De volgende dag is het verteringsstelsel van Martijn nog steeds van slag en hij besluit de ochtendcruise over te slaan. Gelukkig valt er vanaf het dek van het schip genoeg moois te zien, dus het was geen straf. Daarnaast waren er geen (zeldzame) dieren gespot, wat de teleurstelling van het niet mee kunnen op de cruise beperkte. Karyn had de camera meegenomen, dus Martijn kon alle bezochte locaties later terugkijken.

Die middag staat er geen excursie op de planning, maar we worden wel verrast door een groep orka’s. 2 groepen van 3-4 orka’s zwemmen om het schip heen en een paar duiken er zelfs onderdoor. Ze onderzoeken het schip echt en komen zeer dichtbij. We worden met z’n allen naar buiten geroepen en met verrekijkers en camera’s volgt iedereen de beesten. We horen de nodige ‘Ooh!’s en ‘Aah!’s en rennen van de ene naar de andere kant van het schip om de orka’s te volgen. Uiteindelijk blijven ze ruim een kwartier om het schip heen hangen, waarna hun aandacht verslapt en ze er weer vandoor gaan. Die middag varen we nog een heel stuk door en dan is het tijd voor de ‘Polar plunge’, een duik in het koude water van Antarctica. Samen met 108 andere passagiers springt Martijn in het ijskoude water. Het water was -1,5 graad Celsius. Het was nog (net) vloeibaar, omdat het water hier pas bij -1,8 graad Celsius bevriest. Iedereen die het water in wilde kreeg een grote kabel om zijn middel. En ook stond er een defibrillator klaar voor het geval er iets mis zou gaan. Dat zorgde wel voor de nodige spanning, want van tevoren stond iedereen nerveus in de ‘mud room’ te wachten. Veel mensen schreeuwden het uit toen ze het water in sprongen, maar bij anderen viel het mee. Er waren de nodige bejaarde bikkels die zonder moeite het water weer uitklommen, maar er zaten er ook een paar tussen waarvan je dacht dat ze zo van hun stokje konden gaan. Martijn vind de kou meevallen en zwemt zelfs een klein stukje. Bij het uitkomen van het water krijgt iedereen een shotje whisky of wodka aangeboden en een paar minuten na het uitkomen van het water staat Martijn warm en al in de cabine. Een warme douche is zelfs niet meer nodig.

De dag erop gaan we weer op zodiaccruise en we krijgen uitleg over gletsjers en wind. We weten nog een zeeolifant te spotten die rustig in het water ligt. Het gigantische beest (al bleek het een jong mannetje te zijn) kijkt ons met grote zwarte kraalogen aan, maar lijkt zich niet te storen aan onze aanwezigheid.

Die middag doen we nog een zodiaccruise, maar deze valt wat tegen. Ondanks prachtig uitzicht over een dichtgevroren baai moeten we lang wachten op een ‘driver switch’. De 2 gidsen die de zodiacs besturen moeten van boot wisselen, omdat zij een groep skiërs moeten ophalen. Alleen kan de aflossing ons niet vinden, waardoor we 30-45 min. in hetzelfde gebied blijven wachten. Als ze ons gevonden hebben is de tijd zo goed als op en dus worden we alvast teruggebracht.

Op de laatste excursiedag bezoeken we Deception Island, waar diverse oude gebouwen staan en waar ook de nodige wegrottende bootjes liggen. Deze plek werd vroeger gebruikt door walvisvaarders om de walvissen te verwerken. Hier lagen grote fabrieksschepen waar ze verwerkt werden. Nu staan er enkel nog wat vergane huizen en grote ketels en opslagtanks. Het voegt wel een mooi stukje geschiedenis toe aan de expeditie, als aanvulling op de dieren en uitzichten. Daarnaast worden we nog verrast met wat dieren. Een aantal vogels komt zeer dichtbij en ook ligt er aan de rand van het strand nog een gigantische ‘Weddell’ zeehond. Op een ijsschots in zee zien we nog 2 ‘Crabeater’ zeehonden.

Onze laatste excursie is op Half-Moon Island, wat vernoemt is naar de vorm van de baai. De coördinatie gaat er een tikkeltje chaotisch aan toe, maar uiteindelijk doen we een cruise en landing. De cruise is prima en hebben mooi uitzicht op besneeuwde bergen waar het licht van de ondergaande zon op valt. Daarna gaan we aan land om met sneeuwschoenen te lopen. Met dit extra gereedschap onder onze voeten ploeteren we door de hoge sneeuw. Leuk voor de afwisseling om dit nog te hebben gedaan! Het uitzicht tijdens het lopen is geweldig en ook zien we wolken in de gekste vormen. Als terugkomen bij het landingspunt voor de zodiacs zien we in de verte een wolk richting het schip drijven. Het bleek een grote mistbank te zijn en binnen een paar minuten verdwijnt het schip volledig uit het oog. Uh oh, kunnen we nog wel normaal terugkomen? Het antwoord blijkt gelukkig ‘ja’ te zijn en een gids vaart ons door de dichte mist naar de Ocean Endeavor.

Dan begint de terugtocht naar Ushuaia. Erg jammer dat we deze prachtige omgeving gaan verlaten. We hadden graag nog een paar dagen wilde dieren gespot, maar het is niet anders.

Helaas is de Drake Passage op de terugweg wat wilder. Volgens de gidsen is het nog steeds een zeer milde variant van dit stuk zee, maar voor ons zijn golven van 5 meter best hoog. Tijdens het eten heb je het idee dat je een bord leeg moet eten terwijl je in een achtbaan zit waarbij je omhoog en omlaag gaat. We krijgen allebei last van onze maag en proberen dit op te lossen door in de cabine te gaan liggen of juist door op het dek rond te lopen. We zien nog een paar walvissen in de verte, maar beter dan dat wordt het niet op de eerste dag van de terugreis.

Op de 2e dag van de terugreis is de zee weer kalm en we brengen veel tijd door op het dek. We bezoeken nog wat praatjes van gidsen en brengen wat tijd door op de brug en het achterdek om dieren te spotten. We zien een lading albatrossen, waar we al op hoopten. Op de heenweg hadden we namelijk maar 1 albatros (wel de grootste soort, met een spanwijdte van 3,5 meter) gezien.

En we krijgen nog een mooie kers op de taart. Wanneer we met gids Jimmy op de brug staan ziet hij ineens een zwart vlekje in het water. Martijn staat buiten en wordt door Karyn naar binnen geroepen. We zijn net op tijd om het vlekje te identificeren, naarmate deze dichter bij het schip komt. Het blijkt een (verdwaalde?) koningspinguïn te zijn! Die blijkt zeer zeldzaam te zijn om hier te spotten. Wanneer we het dier allebei goed genoeg in ons vizier hebben om te kunnen identificeren duikt hij onder en zien we ‘m niet meer terug. Wauw, hebben wij nog even geluk gehad! Onze eerste verwachting bij de trip was dat we misschien koning- en keizerpinguïns konden zien, maar dat ze zeldzaam waren. Alleen blijkt het later zo te zijn dat we volledig in het verkeerde gebied zitten en dat het zo goed als onmogelijk is om ze te spotten. Deze pinguïns zitten in het zuiden van de Zuidpool, terwijl wij rond het noorden zitten. Ook bleek het niet het walvisseizoen te zijn. We hadden ons er al op voorbereid weinig wilde dieren te zien, hoe jammer we dat ook zouden vinden. Maar nu zitten we daar op de boot en hebben we een lading pinguïns, zeehonden, orka’s en walvissen gezien! Wat hebben wij weer stinkend veel geluk!

Antarctica was fantastisch en het is ook de waardige en grootse finale van onze reis geweest waar we op gehoopt hadden. Het was een luxe cruise, maar het op expeditie gaan met de zodiacs en het urenlang staren naar de zee om dieren te spotten was zo gaaf! Een geweldige combinatie van comfort en avontuur.

El Calafate en El Chaltén

Vanuit Puerto Natales gaan we met de bus naar Elkaar Calafate in Argentinië. We worden door de eigenaar van het hostel naar het busstation gebracht en we vertrekken op tijd met de bus. Het zou een kort ritje moeten zijn, maar het kost de nodige tijd omdat we met de grote groep mensen uit de bus door piepkleine grenskantoortjes moeten. Ook blijkt de aankomsttijd op het ticket niet te kloppen. In plaats van om half 1 komen we om half 5 aan in de stromende regen. We besluiten te gaan lopen en doen onze regenkleding aan. Helaas zijn er onderweg veel plassen, waardoor we al na 5 minuten met doorweekte sokken rondlopen. En als we aankomen bij het hostel blijkt er een foutje te zijn gemaakt. De privékamer die we hadden geboekt blijkt niet meer beschikbaar te zijn (als ie überhaupt al bestaat). We krijgen een goedkopere kamer aangeboden. Maar deze is piepklein en onze indruk van het hostel en het personeel is ook niet al te best. Toen we binnenkwamen was er geen personeel beschikbaar en toen we in het bijbehorende restaurant gingen vragen hoe het zat werden we eindelijk geholpen. De 2 personeelsleden die dienst hadden lagen blijkbaar te slapen en de man die ons helpt lijkt half-stoned. Ze informeren bij het hostel naast de deur of zij nog plek hebben en dit blijkt het geval. Deze stond ook op onze voorselectielijst van de hostels in El Calafate, dus de keuze is snel gemaakt. We lopen met onze tassen naar de buren en checken in bij een redelijke en betaalbare kamer.

De volgende dag gaan we informeren naar tours en excursies, alleen blijkt de stroom er in het hele stadje uit te liggen. Als meerdere uren later de stroom het weer doet boeken we een excursie naar de Perito Moreno gletsjer en een busticket naar El Chaltén.

De dag erop worden we rond 8 uur opgehaald en rijden we naar de gletsjer. We gaan eerst met de boot langs de gletsjer varen, waarbij we het gigantische ijsformatie van onderaf kunnen bekijken. Een indrukwekkend gezicht! Een massa ijs van tientallen meters hoog waar met regelmaat stukken vanaf breken die met een harde knal in het water storten. Vervolgens worden we afgezet en gaan we met de bus naar een stelsel van houten flonders waarmee we de gletsjer van een afstandje van bovenaf kunnen bekijken. Het ijs strekt zich tot vele kilometers in de verte uit. Zoiets hebben we nog nooit gezien! Onderweg zijn we constant alert op vallende stukken ijs, maar dit blijkt een hele uitdaging. De gletsjer is een paar kilometer breed en de knal van het vallende ijs hoor je pas een paar seconden nadat het daadwerkelijk gevallen is. Een paar keer zien we vallend ijs, en een keer weten we een groot stuk vallend ijs op video vast te leggen. Wat een geweld! Als je hier in buurt bent is het bezoeken van de gletsjer een must-do. De combinatie van boot en lopen maakte er een geslaagde dagtrip van.

De volgende ochtend gaan we door naar El Chaltén, de ‘trekking capital’ van Argentinië. We wilden eerst een dagtrip doen, maar de mooiste hikes duurden minstens 6-7 uur. Dat wordt anders een beetje krap in onze planning en dan lopen we het risico om helemaal niks te zien. Nu kunnen we dag 1 een korte hike doen, zonder dat we ons er druk om hoeven te maken dat we de bus niet halen. En op dag 2 kunnen we vroeg vertrekken en hebben we voldoende tijd om de bus van 6 uur te halen. We komen er al snel achter dat we de juiste keuze hebben gemaakt. Ondanks dat we om 8 uur zouden moeten vertrekken gaat de bus te laat weg. Ook maken we nog 2 verplichte stops bij een wegrestaurant en een Informatiecentrum, voordat we het Los Glacieres National Park in kunnen. El Chaltén ligt middenin dit park. Door deze stops komen we pas om half 12 aan. Als we de bus van 6 uur hadden moeten halen was het rennen geweest. Nu kunnen we in Alle rust inchecken bij ons hostel, waarna we kunnen beginnen aan de eerste hike. Onze eerste hike is die naar de Laguna Torre, een meer met uitzicht op de berg Cerro Torre. We komen er later achter dat het model van Martijn zijn backpack naar deze berg vernoemd is, maar dat even terzijde. Het blijkt een verrassend makkelijke hike te zijn, terwijl we ons hadden voorbereid op W-trek taferelen. Dat scheelt! We weten de afstand daarom een stuk sneller af te leggen dan verwacht, al zijn we uiteindelijk pas rond 6 uur weer in het stadje. Onderweg komen we nog een lading Nederlanders tegen die hier met een groepsreis naartoe zijn gekomen. We vertellen trots dat we hier helemaal op eigen houtje naartoe zijn gekomen en gaan dan onze eigen weg weer. Ook vandaag hebben we heerlijk weer en we hebben vanuit het dorp al uitzicht op de spitse bergtoppen. Dat blijkt niet erg gebruikelijk te zijn. Toch worden de uitzichten beter als we dichterbij komen en bij het uitzichtspunt kunnen we vanaf de voet van de berg de bijbehorende vallei in kijken. Ook de wandeling ernaartoe is erg mooi, door een grote vallei met bomen en grasvelden, waarbij je constant de besneeuwde bergen als horizon hebt. Aan het eind van de hike zien we nog een paar condors boven ons langs zweven, waarna we in een kwartiertje naar het stadje lopen om wat te eten.

De volgende dag gaat de wekker op tijd en gaan we snel ontbijten, voordat we richting de Laguna de los Tres lopen. Deze hike zou langer moeten zijn dan die van de dag ervoor en het terrein blijkt ook uitdagender. De uitzichten zijn vandaag weer fantastisch en onze ogen uitkijkend leggen we de route af. Tot aan het laatste uur. We zien in de verte de berg, met daarvoor een steile helling. En op gegeven moment zien we een zigzaggend pad die helling oplopen. Oei, dat wordt pittig! We zijn een dik uur aan het klimmen over een oneven pad met losse stenen en glad grind. Als we eenmaal bij de top van het pad aankomen en de hoek omgaan blijken we nog een stuk verder te moeten klimmen. Gelukkig houden we van een uitdaging, maar het kost wel de nodige moeite om boven te komen. Ook nu is het uitzicht weer fenomenaal. De besneeuwde bergen, met ditmaal een dichtgevroren meer ervoor worden aangevuld met grote meren en een mooie uitgestrekt vallei achter ons.

De weg naar beneden blijkt ook een uitdaging, omdat het een grote glijpartij is door het losse zand en de grindpaden. Maar een uurtje later staan we op minder steil terrein en kunnen we de tocht uitlopen. Al voelen we de vermoeidheid wel als we ruim 7 uur na vertrek aankomen bij het begin van het pad. Deze keer hebben we wel een bus te halen, dus we eten snel een hapje bij een wafelrestaurant (La Waffleria – aanrader!). Karyn gaat voor zoete wafels met chocola en banaan. Martijn gaat voor wafels met paprika en steak en een Patagonisch speciaalbiertje ernaast. Lekkerrr!

De terugreis verloopt zonder problemen, alleen komen we vlak voor het donker aan. Daarom moeten we nog even doorstappen om op tijd bij ons hotel aan te komen. We verblijven bij een ander hotel en zien al gauw dat de buurt eromheen niet zo goed is. Al ziet het hotel er keurig uit als we er aankomen. De laatste dagen brengen we hier lekker relaxt door en we komen er alleen uit om wat te eten. De laatste avond komen we terecht bij een goed restaurant (Isabel), waar ze 2-persoons gerechten serveren in grote stalen ovenschalen. 3 stukken entrecote met gefrituurde aardappelen, groente en pepersaus. Superlekker!

De dag erop vliegen we van El Calafate naar Ushuaia, de meest zuidelijk gelegen stad op aarde. We wilden eerst met de bus gaan, maar dit zou minstens 20 uur duren. Ook zouden we 2-3 keer over moeten stappen. Door te vliegen hadden we een dag over, waardoor we El Chaltén in ons schema konden passen. Achteraf gezien zijn we blij dat we die keuze hebben gemaakt!

Puerto Natales en de W-trek

Eenmaal aangekomen in Puerto Natales lopen we vanaf het busstation naar ons hostel. Het is een klein en knus hostel iets buiten het centrum. We hebben een kamer met gedeelde badkamer geboekt, maar krijgen alsnog een kamer met eigen badkamer toegewezen.

’s Middags lopen we naar het meer aan de rand van de stad waar we mooi uitzicht hebben op de besneeuwde bergen verderop. Er waren voldoende bankjes aan de waterkant, dus dat was een mooie kans om even van het water en de bergen te genieten.

We wilden eigenlijk een informatiesessie van Erratic Rock bijwonen, maar toen we kwamen vragen naar de begintijd en de locatie gaven ze aan dat het voor ons niet relevant was. Daarom gingen we in die tijd lunchen en richting het water. Als we later nogmaals naar Erratic Rock gaan om te kijken of we er spullen kunnen huren krijgen we van een andere werknemer te horen dat de informatiesessie wél nuttig is. De volgende dag gaan we daarom braaf naar de eerste sessie van die dag. En we krijgen inderdaad de nodige nuttige aandachtspunten te horen en we krijgen meer duidelijkheid over hoe we in het park komen. Achteraf gezien waren er ook een paar tips die averechts werkten, maar daar volgt later meer over. We huren vervolgens onze spullen en doen nog wat laatste boodschappen.

Daarna gaan we alle etenswaren in porties verpakken in ‘ziplock’ bags. Elke ochtend een soort instant havermout met melkpoeder, suiker (waarvan Karyn de zakjes heeft gejat uit een restaurant in Punta Arenas) en rozijnen. Als avondeten 3 keer volkorenpasta met salami en saus en 2 keer couscous met bouillon en salami. En de lunch bestaat uit de restjes van het avondeten van de dag ervoor, wat we daarom in extra grote porties bereiden. De tussendoortjes bestaan uit notenmix met gedroogd fruit, mueslirepen en chocola. Alles wordt keurig afgemeten en verpakt en we komen er al gauw achter dat we teveel eten hebben gekocht. We doneren een kilo pasta en een halve kilo couscous aan het hostel. We geloofden helaas de blogs met niet reëele hoeveelheden. Toen we de pasta en couscous aan het inpakken waren beseften we dat de porties veel te groot waren en dat we een boel onnodig gewicht mee moesten sjouwen. Daarom de beslissing om het achter te laten.

Die avond eten we pasta bij een restaurant voor de koolhydraten en daarna pakken we de laatste dingen in. Karyn krijgt haar slaapzak nauwelijks in haar tas en spontaan ontstaat het probleem dat onze backpacks mogelijk te klein zijn, vooral die van Karyn. Na wat gewrik en het inpakken via de juiste volgorde lukt het toch. Gelukkig! Onze tassen zijn ingepakt, maar ze blijken echt loodzwaar te zijn en die van Karyn zit barstensvol! Voor ons gevoel niet iets waar we de dag erop even 4-5 uur mee gaan lopen. In onze tassen zitten namelijk kampeerspullen (tent, vorstbestendige slaapzak, matje, kookgerei enz.) en kleren én eten voor 5 dagen! Da’s toch andere koek dan de lichte dagrugzakken waar we tijdens de Salkantay trek mee liepen. Toen werd veel van onze bagage gedragen door ezels. We beginnen serieus te twijfelen aan de haalbaarheid van de trek. We gooien wat ‘overbodige’ dingen uit onze tassen, zoals instant-koffie, 2 courgettes en een verrekijker. Maar de tassen blijven zwaar.

De volgende dag gaan we om 5.45 ons bed uit, omdat we de bus van 7 uur moeten halen. De eigenaars regelen nog een ontbijt voor ons en daarna gaan we de deur uit. We lopen in een dik kwartier naar het busstation en dat blijkt te doen met onze backpacks. Daarna rijden we in 1,5 uur naar de ingang van Torres del Paine, waar we het entreegeld moeten betalen en een korte briefing krijgen over de parkregels. Ze zijn vooral streng op het gebied van vuur, omdat enkele jaren geleden het halve park is afgefikt. Vervolgens mogen we de bus weer in en rijden we door naar Pudeto, waar we onze bagage bij een café droppen. We hebben 45 minuten om een waterval vlakbij te bezoeken en in de verte zien we de grote bergen van het park boven het meer uit torenen. Wauw!

We lopen terug naar het punt waar we zijn afgezet, pakken onze backpacks en lopen naar de boot. Met dik 100 andere toeristen gaan we op de boot en varen we in een half uur Lake Pehoé over. Vlak voor aankomst lopen we naar beneden om onze tassen uit ‘Mount Backpack’ te vissen en we gaan klaarstaan om van boord te gaan. We worden gedropt bij Paine Grande, een van de refugios/campings onderweg. We eten snel een broodje en een banaan en organiseren onze spullen. Tijdens onze eerste tocht lopen we richting het noordwesten naar refugio Grey, waar we die nacht kamperen. Binnen 15 minuten hebben we al een vos en een grote haas gespot en het pad is prima te belopen met een grote zware backpack. We moeten later een stukje heuvelop, maar de eerste 2,5 van de 11km leggen we makkelijk af. We komen uit bij een meer waar we nog een roofvogel zien en gaan dan verder.

We vullen voor het eerst onze fles in een stroompje. We hoefden van tevoren geen extra water mee te nemen. Het water is hier zo schoon dat we uit de stroompjes en rivieren kunnen drinken. Al met al gaat het best lekker! Dan komen we na 2,5 uur lopen aan bij een uitzichtspunt. In de verte zien we een gletsjer die hoort bij de Patagonische ijsplaat, de op één na grootste ijsplaat ter wereld (na Antarctica). Geweldig uitzicht! Helaas staat op het bordje dat we pas 4,5km hebben afgelegd en er dus nog 6 voor de boeg hebben. Daarna volgt een slijtageslag, waarbij we via modderige paden en steile rotsachtige hellingen moeten klimmen en afdalen. Geen pretje met de backpacks. Omdat het langer lopen is dan gedacht is het ook een mentale domper. Het laatste uur lopen we over een modderig en glibberig pad. Eén stuk is zelfs zo drassig dat Martijn op een gegeven moment tot boven zijn enkel wegzakt in de modder en zijn schoen en broek helemaal onder de smurrie zitten. Bah! Maar het afzien was het meer dan waard, omdat we onderweg de mooiste uitzichten hebben gehad.

De eerste dag is het kortst qua afstand en het zou een makkie moeten zijn om deze dag uit te lopen, maar als we aankomen zijn we best wel gesloopt. We komen rond half 5 aan en zetten onze kleine 2-persoonstent op. Gelukkig biedt de camping een overdekte ruimte aan waar we beschut en warm kunnen koken. Dat scheelt! Naast de camping zit de refugio, waar we na het simpele, doch smaakvolle, avondeten nog een glas Chileense wijn weten te bemachtigen, terwijl we lekker op een sofa zitten met een knapperende kachel enkele meters verderop. Daarna gaan we de kou in om onze tent op te zoeken. Inmiddels is het flink gaan waaien, waar we al voor gewaarschuwd waren. Onze tent staat op een aardig beschutte plek tussen de bomen, maar we weten niet of het voldoende is. Voor de zekerheid leggen we dikke keien op de haringen van de stormlijnen voor extra gewicht. We liggen om 9 uur op bed, maar doen de eerste uren geen oog dicht. Windvlagen stormen over de camping heen en het klinkt soms alsof er treinen voorbij komen geraasd. We hebben verhalen gehoord over wegwaaiende tenten en hopen dat dit ons niet zal overkomen. Af en toe begint onze tent flink te klapperen, maar we zijn zo moe dat we uiteindelijk in slaap vallen. We worden ’s nachts nog een paar keer ongerust wakker maar de volgende ochtend is alles nog intact.

We ontbijten met de havermout, die best aardig blijkt te smaken. Daarna gaan we met een dagrugzak op pad naar een uitzichtspunt om de gletsjer van dichterbij te bekijken. Ook hier waait het weer keihard en we moeten moeite doen om er tegenin te lopen. Het uitzicht is het echter waard. Terug gaat gelukkig makkelijker! Daarna bezoeken we een hangbrug ten noorden van de camping, waarna we teruglopen om onze spullen op te halen. We lopen dezelfde route terug als de dag ervoor, met als eindbestemming Paine Grande. Veel modderige plekken zijn opgedroogd, waardoor het wat makkelijker loopt. Ook hebben we de (harde) wind in de rug. Maar het blijft een pittig stuk lopen. Bij Paine Grande scoren we ’s avonds een glas wijn bij de refugio, wat we als onze beloning zien voor weer een lange dag lopen. Vanuit het raam zien we overal hazen rondrennen in de velden voor de refugio. Die avond waait het nog steeds hard en ook is het erg koud. Met meerdere lagen kleding aan lopen we over het terrein naar de tent. Ondanks de wind slapen we een stuk beter.

’s Ochtend beginnen we met het standaard ontbijtje en we voegen er nu wat van onze chocola aan toe. Dat maakt het net iets smaakvoller en is goed voor het moreel. We moeten natuurlijk wel vrolijk en enthousiast beginnen aan een dag lopen. De nachten zijn koud en de matjes zijn enkel dik genoeg om je te isoleren van de grond (zodat je niet onderkoeld raakt en doodgaat) maar van enig comfort is geen sprake. Na de eerste nacht doet elke spier in onze rug al pijn. Vandaar dat de maaltijden onze opkikkermomenten moeten zijn. Vanuit het kookhok zien we nog een tent door de lucht vliegen, maar de eigenaar heeft ‘m gelukkig snel te pakken.

Als we beginnen te lopen begint het na 5 minuten te regenen. We moeten 2,5 uur lopen naar Campamento Italiano en daarna nog 5 uur (heen en terug totaal) met een dagrugzak naar een uitzichtspunt. Bij Erratic Rock zeiden ze dat het na 5 minuten wel weer stopte met regenen en dat het geen zin had om regenkleding aan te doen. Alleen een thermoshirt, met daaroverheen een T-shirt was voldoende. Tijdens het lopen droogt het wel weer. ‘Rain covers’ voor je backpack helpen ook niet, want die waaien toch weg. Daarom hebben wij alles in vuilniszakken en ziplock bags verpakt. Alleen stopt het niet met regenen en na iets minder dan 2,5 uur komen we in de stromende regen aan bij de camping, compleet doorweekt op onze bovenkleding na. We zetten snel de tent op en Karyn is helemaal onderkoeld. Ze trilt helemaal en kan uit zichzelf niet meer warm worden. Ze krijgt nog een mok thee van een ranger en na de lunch gaan we eerst een dik half uur in de tent liggen om op te warmen. Natte kleding uit en snel de slaapzak in. Ook Martijn is verder afgekoeld sinds we zijn gestopt met lopen en hij ligt helemaal te trillen in zijn slaapzak, terwijl hij het normaal gesproken nooit koud heeft. Niet heel erg gezond en we zijn blij dat we maar 2,5 uur hoefden te lopen. We waren allebei onderkoeld geraakt, maar gelukkig niet te erg. Nadat we eindelijk wat opgewarmd zijn (wat moeilijk was door de ijskoude wind) trekken we onze natte kleren weer aan, maar wel met een droge onderbroek en sokken, en gaan we op weg voor de volgende etappe. Met een dagrugzak lopen we de Valle de Frances in. Een vallei vol besneeuwde bergen en ijspartijen. Door het lopen warmen we snel op en het zorgt er ook voor dat onze kleding snel droogt. We voelen ons daardoor al gauw weer comfortabel en we kunnen weer lachen. Het hoogste uitzichtspunt (Brittanico) is gesloten wegens sneeuw, wat betekent dat we max. 1 uur omhoog en weer terug kunnen. Het sneeuwt flink en we hebben maar beperkt uitzicht op de bergen, al kunnen we af en toe een glimp opvangen van hoe het eruit ziet als het minder heftig sneeuwt. We komen in 45 min. aan bij het uitzichtspunt en de eindbestemming. We genieten even van het uitzicht, maar moeten dan weer terug omdat we snel afkoelen door de sneeuw en de koude wind.

Campamento Italiano is de enige CONAF-camping (overheid) die we bezoeken en is minder luxe dan de particuliere campings die we hiervoor hebben bezocht. Er is geen stromend water (halen met een fles uit de rivier) en er is geen warm hok om te koken, alleen een open schuur. En er is bovendien geen wijn! In de kou koken we ons avondeten, maar het daar lang volhouden doen we niet. Ook andere kampeerders hebben het zwaar in de ijzige kou. Met handschoenen, mutsen en dikke jassen zit iedereen te koken. Sommigen lopen heen en weer met hun gezicht verborgen onder een sjaal om warm te blijven. In de tent is het ijskoud en diep weggestopt in onze slaapzak vallen we in slaap. Ondanks dat we geen grote afstand hebben gelopen was het een zware dag. En de volgende dag staat nota bene de zwaarste dag op de planning. 7-8 uur lopen met backpack naar Camping Las Torres.

De volgende dag is het nog steeds erg koud en we kleden ons snel aan en breken de tent op. Daarna een portie warme havermout en we kunnen op pad. Wanneer we de vallei uit lopen blijkt het verrassend goed weer te zijn en naarmate het later wordt begint de zon steeds meer te schijnen. Het grootste gedeelte van de dag lopen we langs een groot meer met uitzicht op de achterliggende bergen. Erg mooi! Af en toe worden we geteisterd door zware windstoten, die ons vanuit het niets de berm in blazen. We zijn ook sneller dan de voorgaande dagen, omdat onze tassen inmiddels lichter zijn geworden. De eerste checkpoints bereiken we snel en we pauzeren even warm en droog binnen bij refugio Los Cuernos. Daarna moeten we nog 4,5 uur lopen, exclusief pauzes. Uiteindelijk blijkt het een van de mooiste loopdagen te zijn. Het uitzicht is prachtig en het weer is fantastisch. We blijken ’s avonds zelfs verbrand te zijn door de felle zon. Alleen het einde van de dag is zwaar. We komen in de buurt van de camping en als we een heuvel oplopen zien we de refugios e.d. in de verte. Alleen blijkt het dan nog een dik uur lopen te zijn, terwijl het voor ons gevoel maar 15 min. was. Als we aankomen bij het eerste gebouw blijkt dat en hotel te zijn en de camping is nog eens een kwartier verderop. We zijn wel keurig voor 5 uur binnen, dus we hebben genoeg tijd om op te laden voor de laatste dag lopen.

Naast de camping zit deze keer weer een refugio, waar we naar binnen stappen voor een glas wijn. Maar er staat een speciale aanbieding op de borden. Taart met koffie/thee voor een paar euro. Dat bevalt ons wel en de taart ziet er goed uit. Na een dag lopen hebben we nu weer een zeer comfortabel momentje in een warme refugio.

Op de camping is het koud en nadat we de refugio hebben verlaten duiken we direct de tent in om te gaan slapen. Net zoals de voorgaande nachten liggen we rond 8-8.30 op bed. De volgende dag gaat de wekker om 6 uur en we hebben gemerkt dat we door de fysieke inspanning en de oncomfortabele matjes makkelijk 10 uur kunnen slapen. We hoeven de tent niet op te breken, omdat we hier vannacht weer slapen. Een van de CONAF-campings was gesloten vanwege onderhoud en de andere camping vroeg woekerprijzen. Vandaar dat we de route iets hebben gewijzigd en hier daarom 2 nachten verblijven. We lopen richting het noorden naar Las Torres, de befaamde rotspunten in het park. Er komen hier veel dagjesmensen en die willen we voorblijven.

We lopen eerst 1,5 uur heuvelop richting refugio El Chileno. Het is hier door de hoogte al een stuk frisser en aan de zijkant van het pad ligt sneeuw. Op een gegeven moment lopen we een prachtig besneeuwde vallei in, waar de refugio zou moeten zijn. Helaas is er geen refugio te bekennen! We lopen nog 20 minuten door de vallei in en vanuit het niets doemt de refugio voor ons op. Hij was blijkbaar goed gecamoufleerd door de sneeuw en de bomen eromheen. We nemen er even pauze, bestellen de duurste kop thee ooit en gaan opdrogen bij de kachel. Daarna lopen we een uur lang omhoog en omlaag door een ontdooiend bos, waar nog een boel sneeuw ligt, maar waar het constant druppelt door de smeltende sneeuw op het bladerdak. Daardoor lijkt het net alsof het regent. Als we het bos uitkomen zien we in de verte al een stukje van Las Torres. Nu alleen nog en uur lang via een steil en rotsachtig pad omhoog klimmen. We hebben er gelukkig een mooi zonnetje bij maar daardoor is het wel zweten geblazen terwijl we omhoog klauteren. Als we bijna boven zijn slingert het pad ineens weer omlaag en moeten we nog een paar minuten doorlopen tot het uitzichtspunt. Eenmaal aangekomen kunnen we de scherpe en uitstekende rotspunten van Las Torres aanschouwen, met daarvoor een half bevroren meer. Moooi! En we beseffen ons direct dat de W-trek er praktisch op zit en dat we alleen nog maar terug hoeven te lopen. Daarnaast hebben we maar 3,5 uur over de route gedaan, terwijl we vooraf dachten dat het 4,5 zou duren. Dat was een goed mentale opsteker! Na onnodig veel foto’s te hebben genomen lopen we naar beneden, waar we onderaan het rotsachtige stuk een pauze nemen om te lunchen.

Daarna lopen we terug via het pad waar de sneeuw inmiddels grotendeels is gesmolten. Weer aangekomen bij de camping lopen we bijna direct door naar de refugio voor thee en taart. Nu kunnen we vieren dat we de trek hebben voltooid! ’s Avonds staat nog een portie simpele pasta op ons te wachten, maar we zijn in feestmodus, dus we besluiten pizza te bestellen. Na het eten lopen we terug naar de tent om te slapen. Zo kunnen we een goede nacht maken en hebben we alle tijd om de volgende dag de tent schoon te maken en in te pakken.

De volgende dag pakken we onze spullen in, alleen kost het allemaal wat meer tijd. De douches en toiletten zijn gesloten en ook is er geen water meer te krijgen op de camping. Voor alles wat water nodig heeft moeten we naar de refugio. We zien de hele tijd mensen op en neer lopen met pannen, flessen en thermoskannen.

Als we klaar zijn gaan we koffie drinken bij de refugio, waarna we aan de wandeling van 1,5 uur naar het busstation beginnen. Er was nogal wat onduidelijkheid over de te lopen afstand, dus besluiten we er voor de zekerheid 2 uur voor uit te trekken. Bij de camping en de refugio had de een het over een uur lopen en de ander over 2 uur. Aangezien we de bus van tevoren moesten boeken en het een drukbezocht park is besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen.

We komen ruim op tijd aan bij het busstation en kunnen een laatste keer het uitzicht van het park aanschouwen. Daarna rijden we in 1,5 uur terug naar Puerto Natales om in te checken bij het hostel en om de kampeerspullen in te leveren. De volgende stap is om een restaurant te vinden voor onze ‘victory meal’! Oftewel, lekker eten om onze prestatie te vieren. Wij dachten gelijk aan een goed en groot stuk vlees, dus besluiten we een steakhouse of grillrestaurant op te gaan zoeken. We vinden een restaurant en lopen er door wat weinig spannend uitziende straatjes naartoe. Het oogt allemaal nog niet erg top van buiten, maar gelukkig is het binnen beter. We zijn de enige gasten en worden direct geholpen. We gaan voor varkensvlees en rundvlees en krijgen heerlijk mals vlees met lekkere sausjes geserveerd en krijgen er zelfs een salade bij, wat voor Zuid-Amerikaanse begrippen redelijk zeldzaam is. We zijn zo lyrisch door het voltooien van de trek en het erg lekkere eten dat we zelfs meer willen betalen dan de standaard 10% fooi die aan de rekening is toegevoegd.

De resterende 2 dagen brengen we door in het hostel om bij te komen. Al valt ons op dat we praktisch geen klachten zoals spierpijn hebben. Wel hebben we in de daaropvolgende dagen nog last van onze knieën.

Punta Arenas

We vliegen in 3,5 uur naar Punta Arenas, één van de centrale plekken in het zuiden van Chili en Patagonië. We landen terwijl het hard waait en het vliegtuig schommelt flink tijdens de afdaling en vlak voor de landing. We landen zonder problemen, halen onze bagage op en gaan op zoek naar onze transfer. De eigenaar van de B&B waar we verblijven haalt ons op, een vrolijke man die al lachend om zich heen wijst en ‘Patagonia! Patagonia! Patagonia!’ roept.

Het klimaat is echt een wereld van verschil ten opzichte van Santiago. Daar was het nog warm en woestijnachtig. Hier zitten we aan zee, is het koud en buiten groeien de nodige groene grassen en planten. In plaats van met een t-shirtje moeten we nu met 3-4 lagen kleding aan naar buiten en de koude wind vraagt er bijna om om ook handschoenen aan te doen.

We verkennen ’s middags het centrum van Punta Arenas en lopen naar de zee. Daarna gaan we vroeg een hapje eten bij La Luna. We bestellen allebei een flinke lap vlees met champignonsaus, gefrituurde aardappelballetjes en een glas huiswijn. Heer-lijk! Precies waar we aan toe waren met dit koude en gure weer. Financieel gezien was dit makkelijk te verkroppen, omdat we voor heel Chili een hoog dagbudget hadden ingecalculeerd. We hebben echter in goedkope hostels geslapen en een paar keer zelf gekookt, wat betekent dat we in iets meer dan een week tijd al een paar honderd euro per persoon hebben uitgespaard. Goed voor de buffer als we weer terugkomen in Nederland, maar het geeft ons ook de mogelijkheid om een keer wat uitgebreider te eten of een leuke tour te doen. En die tours zijn helaas wat duurder in Patagonië dan we gewend zijn van eerder, net zoals het eten.

De volgende dag worden we wakker en zetten we eerst de verwarming aan om de temperatuur in de kamer wat omhoog te krijgen. Het is namelijk goed koud en als we naar buiten kijken zien we dat het sneeuwt, al blijft deze niet liggen. We krijgen een lekker ontbijt met vers geroosterde broodjes, jam, salsa en meer en gaan daarna op pad. We bezoeken eerst wat outdoorwinkels waar Karyn een extra vest inslaat voor de W-trek en Martijn een paar dikke sokken voor Antarctica. Voor wie het nog niet weet: we hebben onze reis met een paar dagen verlengd en gaan op een 10-daagse expeditie naar het Antarctisch schiereiland. In Indonesië deelden we een taxi met een Australisch meisje die ons wees op de expedities vanuit Ushuaia (onze laatste stop). Ze zei dat er vlak voor het vertrek van de expedities grote kortingen worden aangeboden. Natuurlijk leek het ons erg gaaf om dit te doen, maar de expedities zijn duur en in Indonesië wisten we nog niet hoeveel geld we over zouden houden. In Peru en Bolivia zijn we stiekem weer een beetje gaan kijken en we blijken vooraf aanzienlijk meer geld te hebben gespaard dan nodig was. En ook hebben we ons keurig aan ons budget gehouden. Oftewel, we hebben mogelijk geld voor een expeditie! Nu nog een goede last-minute deal vinden. We kwamen erachter dat de vroegboekkortingen net zo hoog zijn als de last-minutes, waarbij je het hebt over kortingen van wel 50% (waardoor je waarschijnlijk alsnog de normale prijs betaald, maar goed). We vragen de prijzen op en besluiten gek te doen. We gaan gewoon boeken. Ja, het is duur. Maar het is ook een once in a lifetime experience en we zijn toch in de buurt, wat de nodige en hoge reiskosten scheelt. En het is natuurlijk een geweldige knaller om onze wereldreis mee af te sluiten! Na te hebben bevestigd dat we mee willen krijgen we een mailtje terug dat de cabine die we wilden vergeven is en dat de eerstvolgende cabine $1.000 p/p duurder is, wat geen optie lijkt te zijn. Nooo! Daar gaat de reis. Zwaar teleurgesteld beseffen we dat  de reis waarschijnlijk door onze neus geboord is en dat we maar een dagje te laat waren. Dit was de conclusie van het contact dat we met het reisagentschap hadden.

Toevallig hadden we ook gemaild met het expeditiebedrijf zelf. Toen we hen hadden gemaild was de cabine nog beschikbaar, maar daarna reageerden ze niet meer. Daarom gingen we verder met het reisagentschap. Maar na een overtuigd mailtje te sturen dat we de cabine wilden hebben en zaten te wachten op een betalingsformulier kregen we ineens een reactie dat deze nog beschikbaar was! Nu wilden we deze nog boeken via het reisagentschap, omdat we daar gratis handschoenen en een waterdichte broek konden lenen (t.w.v. €150 p/p). Na wat heen en weer gemail gaat dit allemaal goed en de cabine is voor ons gereserveerd. Nu nog betalen. Alleen worden onze creditcards geweigerd. Onze betaallimiet is te laag. Ook dat nog! Na wat uitzoekwerk bij onze banken blijkt dat we een bepaald inkomen moeten hebben om onze limiet te verhogen. Maar ja, we zijn al 5 maanden op reis en hebben geen inkomsten. Het automatisch verhogen van de limiet blijkt niet mogelijk. Na wat gechat met de Rabobank worden we gelukkig geholpen en kunnen we de limiet verhogen. Eindelijk, geboekt. Nu hebben we nog iets heel erg moois om naar uit te kijken voor onze laatste weken!

Weer terug naar Punta Arenas. Ons plan is om hier alvast de nodige inkopen voor de W-trek te doen. Dit is een trek van 6 dagen en 5 nachten in het nationale park Torres del Paine. Met veel moeite hebben we kampeerplaatsen weten te bemachtigen. Zonder deze kom je het park niet in. Onderweg moeten we grotendeels zelfvoorzienend zijn, dus we moeten een lading eten meenemen. We zouden kunnen eten en slapen bij de ‘refugio’s’ onderweg, maar deze zijn érg duur en staan niet bekend om hun kwaliteit en service. Voor een overnachting betaal je zo $100-200, wat de reden is dat wij gaan kamperen.

Morgen gaan we naar Puerto Natales, waar we kampeerspullen gaan huren en 2 dagen later gaan we door naar Torres del Paine voor de trek. Puerto Natales zou veel duurder zijn, dus we slaan het meeste eten hier in. Met 2 volle tassen gevuld met pasta, pap, mueslirepen en meer verlaten we de supermarkt weer. We komen ’s avonds in de keuken van de B&B en streamen daarna nog wat tv-programma’s op de tablet.

Santiago

Als we aankomen in Santiago halen we eerst een hamburger bij de McDonald’s in de aankomsthal. Er was geen eten inbegrepen bij de vlucht. Daarna halen we onze bagage op en gaan we op zoek naar vervoer naar ons hostel. We hadden het hostel gemaild en gevraagd om een pickup of advies over vervoer, maar ze lieten niets van zich horen. In San Pedro de Atacama waren we getipt over Transvip, een shuttlebus met deur-tot-deurservice. We kopen een ticket en stappen in het busje met nog 5 anderen. We komen er al gauw achter dat onze chauffeur geen geboren bestuurder is. Hij rijdt te hard en erg schokkerig en we moeten een beetje aan Sergei uit Rusland denken. Geen vergelijking om trots op te zijn…

We komen zonder al te gevaarlijke verkeerssituaties aan bij ons hostel en checken in. Het is een erg groot hostel en de gemiddelde leeftijd lijkt 20 te zijn. We voelen ons oud. ’s avonds eten we een goedkope pasta bij het hostel zelf.

De volgende dag gaan we met de metro naar het centrum. We verkennen de Plaza del Armas en wat van de winkelstraten. Daarna sluiten we aan bij een free walking tour. In tegenstelling tot de voorgaande keren zijn we nu met een grote groep van een mannetje of 20-25. We bezoeken verschillende bezienswaardigheden door de stad heen en onze gids weet nog een potentiële zakkenroller te betrappen die achter een paar mensen van de groep was gekropen. Al grijnzend loopt de man ongemakkelijk weg, zonder buit. We krijgen ook nog wat achtergrond bij politiek Chili en horen de nodige verhalen over Pinochet. De uitleg van onze gids is een tikkeltje gekleurd, maar het geeft ons de nodige informatie over het bewogen recente verleden van Chili.

’s Avonds eten we weer bij het hostel, omdat het goedkoop is. We krijgen beiden 2 fajitas die helaas smaken naar opgewarmd gourmet vlees, met de stukken verbrande ui er nog tussen. Het hostel was goedkoop en bood veel faciliteiten aan, maar qua hygiëne en eten was het niet top.

De volgende dag gaan we met een normale taxi naar het vliegveld. Onze chauffeur mist door de drukte en afslag en er begint een apparaatje druk te piepen. Gelukkig houdt het na een tijdje op en een half uur later staan we op het vliegveld.

Santiago was een verrassend leuke stad met veel pleinen, parken, street art, standbeelden en mooie gebouwen. Totaal anders dan we het ons van tevoren hadden voorgesteld. We hadden een grauwe en eenvoudige stad verwacht, maar we kwamen in een bruisende stad terecht met veel restaurants, bars en een moderne uitstraling. We waren hier graag nog een paar dagen gebleven!