Calama

In Calama verblijven we in een hotel vlakbij het busstation. We lopen er in 5 min. naartoe en krijgen in het Spaans een kamer toegewezen. Het was een goedkoop hotel, maar de kamer is er ook naar. Het is klein en eenvoudig, en het internet blijkt ook beroerd te zijn. Ook horen we de nodige muziek van de cafés in het straatje.

De volgende ochtend komt de manager van het hotel naar ons toe en zegt dat er een probleempje is. Gelukkig blijkt het hún probleempje te zijn en ons wordt gevraagd om van kamer te wisselen. We mogen in een van de luxe kamers, met eigen badkamer en 3 x zoveel ruimte. Het is vergelijkbaar met een normale kamer in Nederland, maar hier is het heel wat. Daarnaast blijkt het internet hier veel beter te werken. En de volgende ochtend blijkt er ook nog eens een vers eitje voor ons gebakken te kunnen worden. Na een wat matige start hebben we hier uiteindelijk een prima verblijf.

Midden in de nacht lijkt het bed te trillen en Martijn denkt eerst dat Karyn met haar voeten trappelt, maar als Karyn vervolgens ‘Voel jij dat ook?’ zegt komen we erachter dat het een aardbeving is. Een lichte gelukkig; 4,7 op de schaal van Richter zien we de volgende dag. Voor ons een redelijke unieke gebeurtenis, maar online zien we dat er in Calama ruim 100 aardbevingen per jaar zijn en dat er 2-3 in de afgelopen week waren. Voor de locals niet zo spannend dus.

We bezoeken ’s middags het centrum van Calama, wat niet erg spannend is. Het is aanzienlijk welvarender dan de steden die we hiervoor bezocht hebben, maar het heeft geen uitstraling. Het past wel aardig bij de mijnstad die het is. We wilden nog een tour naar de grote kopermijn buiten de stad doen, maar het is zaterdag en in het weekend wordt de tour niet gegeven. Helaas! Op de terugweg doen we wat boodschappen om ’s avonds in de gemeenschappelijke keuken te koken. Die blijkt vol te zitten en we mogen de personeelskeuken gebruiken. Eén van de personeelsleden begint zowat al voor ons te koken en na een zeer uitgebreide uitleg over de keuken en het gasfornuis mogen we het stokje zelf overnemen.

De volgende dag worden we naar het vliegveld gebracht en vliegen we naar Santiago.

San Pedro de Atacama

Als we aankomen in San Pedro de Atacama moeten we eerst de Chileense immigratie door. Op zich is het niet veel gedoe, maar door de lange rij met mensen voor ons duurt het toch even. Daarnaast worden we er nog uitgepikt bij de bagage-controle. Blijkbaar komt dat door een flesje pisco dat we in Peru hebben gekocht. De douanier haalt het flesje tevoorschijn wat in de vorm van een beeldje met een groot piemeltje is. Hij kan er wel om lachen en laat ons doorgaan.

Na het beleefd te vragen zet de buschauffeur ons af voor de deur van het hostel. Een keurig schoon complex, met prima kamer. Alleen bieden ze geen faciliteiten aan, zoals ontbijt, wassen enz. Gelukkig zit er een kleine buurtwinkel naast het hostel, dus we kunnen eenvoudig aan eten komen. Overige heeft het hostel wel een gemeenschappelijke keuken, wat betekent dat we lekker eitjes kunnen bakken. Ook fabriceren we er de eerste avond zelf wat pasta.

Overdag bezoeken we het centrum en proberen we geld te pinnen. Helaas lijken alle automaten leeg. We betalen de lunch daarom in dollars en worden benadeeld met een zeer negatieve wisselkoers. Later proberen we nogmaals te pinnen bij een automaat waar een rij mensen staat. We stonden hier eerder al in de rij, maar besloten niet langer te willen wachten. Niemand kwam naar buiten met geld, dus het leek groepsgedrag in combinatie met valse hoop te zijn. Als we bij de automaat staan krijgen de mensen naast ons er niks uit, maar wij hebben geluk! Als we weglopen beseffen we dat we een omrekenfoutje hebben gemaakt. We wilden €300 pinnen, maar hebben per ongeluk €30 gepind, met daarbij opgeteld €4 transactiekosten. Oeps! We sluiten weer aan in de rij en pinnen vervolgens het juiste bedrag.

De volgende dag zijn we lui en brengen we het grootste gedeelte van de dag door op de kamer, al boeken we voor de dag erop een tour naar de Valle de la Luna en de Valle de la Muerte. ’s Avonds scoren we een zeer betaalbare daghap bij een klein restaurant en het eten is ook goed. Dat kan ook komen door het feit dat Martijn zijn eten op een Nederlandse maaltijd leek; aardappelpuree, vlees en salade. Toch wat anders dan het vettige vlees met rijst dat we in Peru en Bolivia vooral tegen waren gekomen bij de goedkopere eetgelegenheden.

De tour vertrekt pas halverwege de middag en we gaan met een mannetje of 10 op pad met gids Vladimir. We rijden eerst naar een rotsformatie genaamd Coyote Rock, met een mooi uitzicht over de Atacama woestijn en de nodige steile rotswanden. Daarna rijden we door naar de Valle de la Muerte, was we wat geologische achtergrond krijgen bij het gebied. Ook komen we onderweg nog wat planten tegen, waarbij één klein plantje zelfs de nodige aandacht van de gids trekt. Voordat hij iets uitlegt pakt hij zijn telefoon en begint foto’s te maken. Pas later merken we dat hij dat vaker doet en dat het gewoon zijn enthousiasme is. Na wat meer uitleg over tectonische platen en vulkanen gaan we de vallei in. Via een grote zandduin mogen we naar beneden rennen. We doen snel onze schoenen uit en stormen naar beneden. We komen heelhuids, maar helemaal onder het zand, aan bij onze tourbus, die onderaan de duin stond te wachten. Daarna rijden we naar de Valle de la Luna, waar we eerst een paar grote zoutformaties bezoeken. Eerst denken we dat het een grote rots is, maar als we dichterbij komen zien we het gekristalliseerde en samengeperste zout. We moeten een paar minuten stil zijn en we horen het gekraak van het zout, dat krimpt nu de temperatuur aan het dalen is.

Vervolgens lopen we een stukje door de vallei, waarna we met het busje naar de laatste stop gaan. We lopen een heuvel op en kunnen genieten van de mooie zonsondergang in de vallei, waar het er inderdaad uit ziet als een maanlandschap. We dalen af terwijl het begint te schemeren en uiteindelijk komen we in het donker weer aan in de stad. Onderweg komen we veel fietsers tegen die ook de zonsondergang hadden bekeken. Alleen moeten zij terugfietsen in het donker, zonder verlichting op de fiets. Liever zij dan wij.

De volgende dag doen we een ‘free walking tour’, alleen blijken we de enige Engelssprekende toeristen te zijn. We gaan daarom met z’n tweeën op pad met gids Patrick. Een reizende Australiër die tijdelijk in San Pedro de Atacama woont om wat geld te sparen. Hij lijkt een tikkeltje alternatief met zijn lange dreadlocks, maar het is een aardige gast en hij geeft ons veel nuttige informatie. Zo blijken er veel astrologische observatoria in het gebied te liggen en ook kent hij de nodige mythes en verhalen. De hele tour lopen er een paar honden met ons mee, waarvan er eentje geadopteerd blijkt te zijn door Patrick. Het zijn allemaal straathonden, maar er wordt wel voor ze gezorgd. Dit blijkt te gelden voor heel San Pedro de Atacama, waar het stikt van de straathonden.

Op onze laatste dag bezoeken we het meteorieten museum. We hebben hier goede verhalen over gehoord. Alleen als we er aankomen blijkt het een kleine ronde tent te zijn en we zijn niet onder de indruk. Het is niet duur, dus we gaan gewoon naar binnen. We hebben wat tijd te doden, voordat onze bus vertrekt. We krijgen een koptelefoon met audiotour omgehangen en kunnen de tent in. Er worden de nodige geologische verschijnselen uitgelegd, evenals de nodige achtergrondinformatie bij meteorieten. De audiotour gaat er in een rap tempo doorheen en aangezien we niet zo thuis zijn in de geologie/geofysiologie is het een uitdaging om alle informatie te bevatten. Tijdens het luisteren naar de audiotour kunnen we diverse meteorieten bekijken, waarvan een aantal bestaat uit ‘simpel’ gesteente en stollingsmateriaal van andere planeten. Ook zitten er meteorieten tussen met diverse mineralen, zoals ijzer. Dit zijn stenen die, na (chemisch) bewerkt te zijn, glimmen of concentraties gesmolten ijzer laten zien. We eindigen bij een saai uitziende meteoriet, wat al gauw een meteoriet met koolstof blijkt te zijn. Dit is een van de bouwstenen van DNA, wat betekent dat er vanuit dit soort type meteorieten leven zou kunnen ontstaan onder de juiste omstandigheden. Daarna is de audiotour afgelopen en was het een leuk tourtje, maar het was ook niet geweldig. Maar dan komt de Amerikaanse geofysioloog die het museum beheerd naar ons toe en geeft wat extra uitleg. Hij vat de audiotour in 5 minuten helder samen en geeft nog veel meer informatie. Zo blijken er in de koolstofmeteoriet 5 mogelijke soorten bouwstenen van DNA voor te komen, waarvan er slechts 2 in het bestaande menselijke DNA voorkomen. In alle gevonden meteorieten ter wereld zijn zelfs 7 mogelijke bouwstenen gevonden. Los daarvan geeft hij nog veel informatie over geologische processen en hij doet dat met zoveel enthousiasme dat onze hele tourgroep blij en geënthousiasmeerd het museum uitloopt.

Dan gaan we wat eten, voordat we onze tassen ophalen en naar het busstation lopen. We konden niet veel bussen online boeken en we wilden toch zekerheid hebben dat we op tijd konden vertrekken. Over 1,5e dag vliegen we vanuit Calama naar Santiago en we hebben geen zin in gestress om op tijd op het vliegveld te komen. We boeken bij Pullman Bus, die nou niet de allerhoogste score voor service heeft (geen veiligheidsissues). We komen er toevallig achter dat we onze etickets in moeten wisselen voor fysieke kaartjes, maar we hebben geen flauw idee waar dat moet. Op Google Maps kunnen we ook niks vinden. Met behulp van een mailtje komen we erachter waar het is en we weten onze tickets te bemachtigen.

Op de tickets staat geen adres van vertrek, alleen ‘San Pedro de Atacama’. We gaan er vanuit dat het dan de centrale busterminal moet zijn. Daar aangekomen zien we achterin de terminal een kantoortje van Pullman Bus, alleen is die gesloten. Ook staan alle vertrekkende bussen op een bord geschreven, maar niet die van ons. Karyn vraagt bij een andere maatschappij of onze bus wel vertrekt en we krijgen gelukkig te horen dat we op de goede plek zijn. 45 min. te laat arriveert de bus en we rijden in 1,5 uur naar Calama.

Uyuni

’s Ochtends vroeg komen we aan in Uyuni, een stad aan de rand van de befaamde Boliviaanse zoutvlakten. Het is half 8 en we mogen nog niet inchecken. Het lijkt de eigenaar allemaal niet zoveel te kunnen schelen, maar we mogen wel gebruik maken van het ontbijt, wat verrassend prima is. Daarna verkennen we het kleine stadje en drinken we een cappuccino op een terrasje op het centrale pleintje. We vergelijken ook de verschillende tours naar de zoutvlakten. We hadden al een shortlist gemaakt van goede tour operators en kiezen uiteindelijk de #2 van het lijstje. Hun verhaal was goed en we kregen nog een mooie korting omdat we niet bij de Engelssprekende gids in de jeep zouden zitten.

We eten ’s middags bij een tentje met te duur en matig eten, zoals dat bijna overal in Uyuni het geval lijkt te zijn. De prijzen liggen 50% hoger dan we gewend zijn van Bolivia. Met wat online onderzoek eten we ’s avonds wel een goede pizza.

De volgende dag vertrekken we om half 11 van het kantoor van de tour operator. We gaan met meerdere jeeps op pad. We maken kennis met onze medepassagiers, 2 Australiërs van rond de 40 en 2 Fransozen van onze leeftijd, en rijden naar de zoutvlaktes. We stoppen eerst een ‘train cemetery’, waar oude stoomlocomotieven weg staan te roesten. Deze zijn in onbruik geraakt door de introductie van nieuwere treinen. Er staan vele honderden tonnen staal, die de kans geven om wat mooie foto’s te schieten. Gids Juan begaat gelijk al een blunder, omdat iemand van onze groep wat uitlegt en doorvraagt over de Chileens-Boliviaanse oorlog (Pacific War). Juans eerste felle reactie is ‘Als jij zo graag de gids wilt zijn, dan blijf je maar lekker hier!’. De groep schrikt er nogal van en iets later biedt Juan zijn excuses aan. Daarna volgt nog een verhaal over het geven van fooien, waar hij iets te lang en nadrukkelijk bij stil staat. De helft van de groep mag hem gelijk al niet.

We vertrekken weer en rijden naar een stadje voor een ‘souvenir-stop’. Er blijkt een festival aan de gang te zijn met veel verklede mensen, muziek en drank. Dat laatste wordt ook rijkelijk uitgedeeld aan de toeristen. Een oud vrouwtje loopt af en aan met flessen bier om iedereen bij te schenken. Uniek en leuk om mee te maken!

We rijden door naar onze lunch-stop en kunnen op de foto met een Dakar-monument, de bekende rally die tegenwoordig in Zuid-Amerika wordt gereden. Elk jaar komen ze ook langs Uyuni. Daarna gaan we eten, wat een verrassend goede maaltijd blijkt te zijn. Daarnaast hebben we een leuke klik met onze auto-genoten.

De volgende stop is de zoutvlakte. Hier krijgen we ruim een uur de tijd om diverse perspectief-foto’s te nemen. Gids Juan lijkt haast een professionele regisseur en dirigeert de groep in diverse poses. Daarna krijgen we nog een aparte fotoshoot, met meerdere komische foto’s als eindresultaat.

We bezoeken daarna een ‘cactuseiland’, waar gids Juan ons verlaat. Hij had al genoemd dat we de dag erop een andere gids zouden krijgen, maar na een stukje uitleg kondigt hij ineens aan dat hij ervandoor gaat en weg is hij. Niemand is er al te rouwig om. We verkennen daarna op eigen houtje het eiland, een grote rotsformatie midden op de zoutvlakte met veel cactussen van honderden jaren oud. Op de top van het eiland hebben we mooi uitzicht over de vlaktes om ons heen. Na het eiland rijden we door maar stoppen we voor wat foto’s van de zonsondergang, met weer diverse grappige poses.

We slapen in een hostel dat grotendeels uit zout is opgetrokken. De muren zijn van zout en de vloer bestaat uit los zout. Leuk! We gaan op tijd naar bed, omdat het morgen weer een lange dag is.

De dag erop vertrekken we rond 8 uur en het is goed koud middenin de woestijn. We rijden naar een lagune toe met veel flamingo’s. Een bizarre gewaarwording zo midden in de woestijn en tussen de bergen en vulkanan. In het dorre en zanderige gebied zijn af en toe grote plassen water, die vol zitten met de roze vogels. Ze komen dicht bij de kant, wat betekent dat we teveel foto’s maken en later 80% weer mogen verwijderen. We kennen ze alleen uit de dierentuin, dus we vinden het super gaaf om ze hier in het wild te zien, vooral omdat het op zo’n extreme en afgelegen locatie is. We bezoeken daarna nog wat lagunes in aparte kleuren (o.a. een met rood water door de algen). We bezoeken een stenen ‘boom’ die is geërodeerd door de wind en in de verte zien we nog een berg waar een meteoriet op is ingeslagen. Aan de zijkant van de berg zien we een grote cirkel. Dat moet een beste klap zijn geweest!

We slapen in een eenvoudig hostel, maar hebben wel een eigen kamer. Met ons clubje gaan we naar de lokale kroeg en bestellen een paar biertjes. We keren tussendoor terug naar het hostel voor een eenvoudige portie spaghetti en gaan weer terug naar de kroeg waar we nog een zeer gezellige avond hebben. Er komt nog iemand anders van de groep bij ons zitten, die een zweverig verhaal begint over een shaministisch ritueel wat hij heeft gedaan en hoe hij tot het inzicht is gekomen dat hij eigenlijk een soort depressie had. Cosmos, innerlijk bewustzijn, blablabla. De meesten van onze groep kijken elkaar al getergd of lachend aan. Omdat de groep zich morgen opslitst wegens verschillende eindbestemmingen grappen we al dat de zweverige man zich waarschijnlijk bij hun in de auto gaat begeven. De zeer degelijk ogende Australiër merkt droog, maar op een grappige manier, op dat hij bij een lekke band van de jeep de schedel van de zweverige man in zal slaan met een moersleutel indien nodig. Zo, waar komt dat vandaan? Later heeft hij nog meer van dat soort uitspattingen, waardoor de saaie man toch wat meer pit lijkt te hebben dan gedacht. We konden wel om én met hem lachen in ieder geval.

We hebben te horen gekregen dat we de dag erop om 5 uur klaar moeten zitten voor het ontbijt, waarbij we onze tassen al ingepakt moeten hebben. Het is een korte nacht en we worden niet al te lekker wakker in de kou. Dik ingepakt en met handschoenen aan vertrekken we. We zitten boven de 4.000m hoogte, wat zorgt voor de enorme kou. We zien onderweg brokken ijs en sneeuw liggen en bezoeken een stel geisers. Daarna rijden nog een stukje door naar warmwaterbronnen. We moeten ons omkleden in de (gevoelsmatige) vrieskou. Het water is tussen de 30-40 graden en we kunnen met zijn allen even opwarmen en tegelijkertijd genieten van het mooie uitzicht achter de bronnen. Daarna bezoeken we nog een lagune en vervolgens rijden we door naar de Chileense grens, waar wij als enigen de groep verlaten. De andere 4 gaan weer terug naar Uyuni. De gids regelt de paspoortcontrole en we stappen in een bus op weg naar San Pedro de Atacama.

Binnen de kortste keren rijden we op een goed onderhouden weg, met normale bewegwijzering en vangrails. We merken direct dat we in het veel rijkere Chili zijn, wat 4 keer zo welvarend is als Bolivia. Dat komt vooral door de grote hoeveelheid mineralen in de bodem, welke ze in dit gebied hebben afgepakt van de Bolivianen.

Terwijl we vooral uitkeken naar de zoutvlaktes van Uyuni, bleek het stuk daarna met de lagunes, flamingo’s en grote rotsformaties veel indrukwekkender. De tour was goed geregeld door Salty Desert Aventours en los van gids Juan was het helemaal top!

La Paz

Iets na de oversteek komen we aan in La Paz. We worden afgezet bij ons hotel en nemen afscheid van Peru/Bolivia Hop. Verder dan dit gaan ze niet. Van nu af aan moeten we zelf losse busreizen boeken. Jammer, want Peru Hop was ideaal: Ophaalservice bij je hotel, een Engelssprekende gids aan boord én veilig!

Het hotel waar we verblijven is pas een maand of 2 open en alles is spiksplinternieuw. We hebben een riante kamer en eigen badkamer. Helaas heeft Martijn in Copacobana iets verkeerd gegeten en hij is nog misselijk. De dag erop is het nog erger en komen alleen al door de lucht van het eten de eerste hapjes van het ontbijt er bijna weer uit. Daarom blijven we het grootste gedeelte van de dag op de kamer. Karyn gaat ’s middags op pad om wat empanadas te halen, maar Martijn eet alleen wat droge crackers. ’s Avonds gaat het iets beter en weet Martijn een crêpe met chocola en slagroom weg te krijgen.

De volgende dag kunnen we wel op pad en verkennen we het centrum van La Paz. Wat ons vooral opvalt is de armoede. Ons hotel zit in het centrum, maar de gebouwen zien er vervallen uit en er lopen de nodige zwervers rond. Ook zitten er overal mensen aan de straat met piepkleine kraampjes om dingen te verkopen. Het lijkt echt een kwestie van overleven. Het BBP ($3.000) is hier maar de helft van Peru, wat ook al niet het rijkste land is. We bezoeken de San Francisco kerk, het San Pedro plein, de heksenmarkt en de voornaamste winkelstraat, maar het maakt allemaal niet veel indruk. We lunchen bij een Mexicaans restaurant, wat van een stel Nederlanders blijkt te zijn.

La Paz is een van de weinige plekken tijdens onze reis waar we ons op straat een beetje onveilig voelen. Overdag zijn er gelukkig veel mensen op straat en ons hotel zit aan een straat waar het ’s avonds ook nog druk is. Toch willen we hier in het donker niet het verkeerde steegje inlopen. Het is maar een onderbuikgevoel, maar toch. Het kan nooit kwaad om dat niet te negeren.

Op onze laatste dag doen we een walking tour, waarbij we wat meer informatie over de stad en de Boliviaanse cultuur krijgen. Halverwege hebben we het wel gezien, omdat de tour dan nog naar de winkelstraat gaat. Daarom haken we af en ontspannen we nog even bij Café del Mundo, voordat onze bus naar Uyuni vertrekt. Dit restaurant was onze vaste stek en we hebben hier een stuk of 4 keer gegeten. De laatste middag konden we hier met een stukje taart en een biertje/wijntje goed vertoeven. Het restaurant was van een Zweedse en bood erg goed Westers eten aan. Het Boliviaanse eten dat we elders hadden geprobeerd vonden we nog niet zo spannend, dus dat maakte het een makkelijke keuze om hier vaker te gaan zitten.

We vertrekken om 8 uur richting het busstation en doen dit in een versleten taxi tegen een te hoge prijs (al is dat nog steeds niks qua Nederlandse begrippen). We hebben een speciale toeristenbus geboekt (safety first!) en kunnen in een wachtruimte plaatsnemen met de andere toeristen. In de bus hebben we zeer ruime zitplaatsen en we krijgen nog een kleine maaltijd en ’s ochtends ook ontbijt.

Bij ons ging het indienen van de boeking nog verkeerd (formulier was niet tablet-proof), waardoor we als nationaliteit ‘Afghaans’ hadden. We hadden dat al geconstateerd en laten wijzigen. Een andere toerist van een grotere groep echter niet. Toen de namen werden gecontroleerd was ‘Abdul Omar’ daarom al gauw het lachertje van de bus.

Puno en Copacobana

Na Cusco gaan we door naar Puno. Een stadje aan de rand van het Titicaca (Titichacha) meer. We reizen per nachtbus en komen vroeg in de ochtend aan. In de bus hebben we een tour geboekt naar de ‘floating islands’, beroemde drijvende eilanden op het meer. Eenmaal aangekomen in Puno ontbijten we en daarna gaan we met de groep de boot op. We varen in een half uurtje naar één van de eilanden en ontmoeten daar de locals. Ze wonen op een eiland gemaakt van riet, met daarop meerdere huisjes en een uitkijktoren. Het geheel is nogal toeristisch en de vrouwen proberen ons de nodige souvenirs aan te smeren. Hun enige inkomstenbron bestaat tegenwoordig uit toerisme. Omdat dit onze laatste stop voor Bolivia is moeten we van ons contante geld af. Daarom betalen we voor een boottochtje om het eiland heen. We varen in een grote rieten boot een stukje, waarbij de locals liedjes zingen. Als we vertrekken horen we de locals in koor ‘Hasta la vista, baby!’ schreeuwen. Voor ons is het nogal tenenkrommend hoe gemaakt het hele toneelstukje overkomt. Daarna varen we met de andere boot terug en staan we 2 uur na vertrek weer aan wal. De eilanden waren niet ons ding. Het was leuk even om te zien, maar er is weinig authentieks meer aan. Martijn ergerde zich er zelfs nog aan dat de mensen in van die krikkemikkige hutjes op de eilanden wonen. Met 30 min. varen kom je in de bewoonde wereld met elektriciteit, stromend water en normaal geïsoleerde woningen.

In Puno slapen we in een eenvoudig hotel en de volgende dag vertrekken we ’s middags naar Copacobana. We gaan de grens over naar Bolivia, zonder enige gedoe, en wisselen van bus. We krijgen ook een nieuwe gids van Bolivia Hop aan boord (in de buurt van Bolivia werd Peru Hop ineens Bolivia Hop, met andere bussen etc.). Victor lijkt op en praat als een Colombiaanse drugsbaron, maar het is een geinige en behulpzame kerel. Hij maakt de nodige flauwe grappen en kraakt af en toe Peru Hop af, want Bolivia Hop zou veel beter zijn.

Eenmaal aangekomen in Copacobana (niet het bekende Copacobana overigens) gaan we eerst naar ons hotel. Half buiten adem komen we met onze zware backpacks aan. Deze stad ligt namelijk nog op 3.800m hoogte, waardoor de lucht ijler is. We hebben een prima kamer, alleen is de douche levensgevaarlijk. We lazen al op Booking.com dat mensen problemen hadden met de elektrische douche. Martijn probeert de douche uit, maar deze wordt niet warm. Dan maar op een knopje van de douchekop drukken, misschien wordt het dan warm. Flits! De douchekop maakt kortsluiting en Martijn weet niet hoe snel hij uit de douche moet komen. Dan maar niet douchen…

’s Middags gaan we het Titicaca meer weer op. Ditmaal met een boottocht naar Isla del Sol, een eiland in het meer. De boot golft lekker op en neer in het water, omdat er door de harde wind wat golven zijn. Op een gegeven moment spat er zelfs een kleine golf vol tegen de voorkant van de boot met overkapping op. Helaas staat er een raampje over en vervolgens heeft Martijn een natte broek. Daarna vallen we door het golvende ritme allebei in slaap en worden we wakker als we vlakbij het eiland zijn. Het is een korte tocht en we hebben maar een uur om het eiland te verkennen, voordat we bij een ander haven moeten zijn voor de boot terug. We klimmen een heuvel op en bezoeken een Inca-ruïne, waarna we over het eiland, via het stadje, naar de haven lopen. Onderweg hebben we mooi uitzicht op het meer en het Andes gebergte in de verte. We lopen aardig door, maar zijn eigenlijk net op tijd voor de boot. De rest van de groep is langzamer en we vertrekken met een kwartier vertraging. Ditmaal gaan we op het dak van de boot zitten en we zitten heerlijk in het zonnetje te genieten van de omgeving op de terugweg. Ondanks dat deze tocht op hetzelfde meer is, was dit een veel betere tour dan die van de drijvende eilanden.

In Copacobana eten we een van de slechtste maaltijden van onze reis. Een gapende jongen neemt onze bestellingen ongeïnteresseerd op en Karyn krijgt koud eten. Martijn krijgt een vieze taco met gehakt vlees, stukjes knakworst en oregano. Het is ronduit smerig. We waren al gewaarschuwd voor het slechte eten in Bolivia en snappen nu waarom.

De volgende dag hangen we rond in het hotel en boeken we de nodige zaken vooruit voor in Patagonië. Daarna vertrekken we naar La Paz.

Het is maar een paar uurtjes naar La Paz, maar we moeten wel een deel van het Titicaca meer oversteken. We moeten de bus uit en in het donker stappen we in kleine bootjes. De bus gaat op een gigantisch vlot en met z’n allen steken we het water over. Dan hebben we tijd om nog wat te eten voordat we vertrekken. Victor raadt één van de eettentjes af, zonder hele goede reden. 5 minuten later staat iedereen bij een van de kraampjes te eten, en staat er niemand bij het afgeraden kraampje. We vinden het bijna zielig en besluiten er maar een flesje cola te kopen.