Puerto Natales en de W-trek

Eenmaal aangekomen in Puerto Natales lopen we vanaf het busstation naar ons hostel. Het is een klein en knus hostel iets buiten het centrum. We hebben een kamer met gedeelde badkamer geboekt, maar krijgen alsnog een kamer met eigen badkamer toegewezen.

’s Middags lopen we naar het meer aan de rand van de stad waar we mooi uitzicht hebben op de besneeuwde bergen verderop. Er waren voldoende bankjes aan de waterkant, dus dat was een mooie kans om even van het water en de bergen te genieten.

We wilden eigenlijk een informatiesessie van Erratic Rock bijwonen, maar toen we kwamen vragen naar de begintijd en de locatie gaven ze aan dat het voor ons niet relevant was. Daarom gingen we in die tijd lunchen en richting het water. Als we later nogmaals naar Erratic Rock gaan om te kijken of we er spullen kunnen huren krijgen we van een andere werknemer te horen dat de informatiesessie wél nuttig is. De volgende dag gaan we daarom braaf naar de eerste sessie van die dag. En we krijgen inderdaad de nodige nuttige aandachtspunten te horen en we krijgen meer duidelijkheid over hoe we in het park komen. Achteraf gezien waren er ook een paar tips die averechts werkten, maar daar volgt later meer over. We huren vervolgens onze spullen en doen nog wat laatste boodschappen.

Daarna gaan we alle etenswaren in porties verpakken in ‘ziplock’ bags. Elke ochtend een soort instant havermout met melkpoeder, suiker (waarvan Karyn de zakjes heeft gejat uit een restaurant in Punta Arenas) en rozijnen. Als avondeten 3 keer volkorenpasta met salami en saus en 2 keer couscous met bouillon en salami. En de lunch bestaat uit de restjes van het avondeten van de dag ervoor, wat we daarom in extra grote porties bereiden. De tussendoortjes bestaan uit notenmix met gedroogd fruit, mueslirepen en chocola. Alles wordt keurig afgemeten en verpakt en we komen er al gauw achter dat we teveel eten hebben gekocht. We doneren een kilo pasta en een halve kilo couscous aan het hostel. We geloofden helaas de blogs met niet reëele hoeveelheden. Toen we de pasta en couscous aan het inpakken waren beseften we dat de porties veel te groot waren en dat we een boel onnodig gewicht mee moesten sjouwen. Daarom de beslissing om het achter te laten.

Die avond eten we pasta bij een restaurant voor de koolhydraten en daarna pakken we de laatste dingen in. Karyn krijgt haar slaapzak nauwelijks in haar tas en spontaan ontstaat het probleem dat onze backpacks mogelijk te klein zijn, vooral die van Karyn. Na wat gewrik en het inpakken via de juiste volgorde lukt het toch. Gelukkig! Onze tassen zijn ingepakt, maar ze blijken echt loodzwaar te zijn en die van Karyn zit barstensvol! Voor ons gevoel niet iets waar we de dag erop even 4-5 uur mee gaan lopen. In onze tassen zitten namelijk kampeerspullen (tent, vorstbestendige slaapzak, matje, kookgerei enz.) en kleren én eten voor 5 dagen! Da’s toch andere koek dan de lichte dagrugzakken waar we tijdens de Salkantay trek mee liepen. Toen werd veel van onze bagage gedragen door ezels. We beginnen serieus te twijfelen aan de haalbaarheid van de trek. We gooien wat ‘overbodige’ dingen uit onze tassen, zoals instant-koffie, 2 courgettes en een verrekijker. Maar de tassen blijven zwaar.

De volgende dag gaan we om 5.45 ons bed uit, omdat we de bus van 7 uur moeten halen. De eigenaars regelen nog een ontbijt voor ons en daarna gaan we de deur uit. We lopen in een dik kwartier naar het busstation en dat blijkt te doen met onze backpacks. Daarna rijden we in 1,5 uur naar de ingang van Torres del Paine, waar we het entreegeld moeten betalen en een korte briefing krijgen over de parkregels. Ze zijn vooral streng op het gebied van vuur, omdat enkele jaren geleden het halve park is afgefikt. Vervolgens mogen we de bus weer in en rijden we door naar Pudeto, waar we onze bagage bij een café droppen. We hebben 45 minuten om een waterval vlakbij te bezoeken en in de verte zien we de grote bergen van het park boven het meer uit torenen. Wauw!

We lopen terug naar het punt waar we zijn afgezet, pakken onze backpacks en lopen naar de boot. Met dik 100 andere toeristen gaan we op de boot en varen we in een half uur Lake Pehoé over. Vlak voor aankomst lopen we naar beneden om onze tassen uit ‘Mount Backpack’ te vissen en we gaan klaarstaan om van boord te gaan. We worden gedropt bij Paine Grande, een van de refugios/campings onderweg. We eten snel een broodje en een banaan en organiseren onze spullen. Tijdens onze eerste tocht lopen we richting het noordwesten naar refugio Grey, waar we die nacht kamperen. Binnen 15 minuten hebben we al een vos en een grote haas gespot en het pad is prima te belopen met een grote zware backpack. We moeten later een stukje heuvelop, maar de eerste 2,5 van de 11km leggen we makkelijk af. We komen uit bij een meer waar we nog een roofvogel zien en gaan dan verder.

We vullen voor het eerst onze fles in een stroompje. We hoefden van tevoren geen extra water mee te nemen. Het water is hier zo schoon dat we uit de stroompjes en rivieren kunnen drinken. Al met al gaat het best lekker! Dan komen we na 2,5 uur lopen aan bij een uitzichtspunt. In de verte zien we een gletsjer die hoort bij de Patagonische ijsplaat, de op één na grootste ijsplaat ter wereld (na Antarctica). Geweldig uitzicht! Helaas staat op het bordje dat we pas 4,5km hebben afgelegd en er dus nog 6 voor de boeg hebben. Daarna volgt een slijtageslag, waarbij we via modderige paden en steile rotsachtige hellingen moeten klimmen en afdalen. Geen pretje met de backpacks. Omdat het langer lopen is dan gedacht is het ook een mentale domper. Het laatste uur lopen we over een modderig en glibberig pad. Eén stuk is zelfs zo drassig dat Martijn op een gegeven moment tot boven zijn enkel wegzakt in de modder en zijn schoen en broek helemaal onder de smurrie zitten. Bah! Maar het afzien was het meer dan waard, omdat we onderweg de mooiste uitzichten hebben gehad.

De eerste dag is het kortst qua afstand en het zou een makkie moeten zijn om deze dag uit te lopen, maar als we aankomen zijn we best wel gesloopt. We komen rond half 5 aan en zetten onze kleine 2-persoonstent op. Gelukkig biedt de camping een overdekte ruimte aan waar we beschut en warm kunnen koken. Dat scheelt! Naast de camping zit de refugio, waar we na het simpele, doch smaakvolle, avondeten nog een glas Chileense wijn weten te bemachtigen, terwijl we lekker op een sofa zitten met een knapperende kachel enkele meters verderop. Daarna gaan we de kou in om onze tent op te zoeken. Inmiddels is het flink gaan waaien, waar we al voor gewaarschuwd waren. Onze tent staat op een aardig beschutte plek tussen de bomen, maar we weten niet of het voldoende is. Voor de zekerheid leggen we dikke keien op de haringen van de stormlijnen voor extra gewicht. We liggen om 9 uur op bed, maar doen de eerste uren geen oog dicht. Windvlagen stormen over de camping heen en het klinkt soms alsof er treinen voorbij komen geraasd. We hebben verhalen gehoord over wegwaaiende tenten en hopen dat dit ons niet zal overkomen. Af en toe begint onze tent flink te klapperen, maar we zijn zo moe dat we uiteindelijk in slaap vallen. We worden ’s nachts nog een paar keer ongerust wakker maar de volgende ochtend is alles nog intact.

We ontbijten met de havermout, die best aardig blijkt te smaken. Daarna gaan we met een dagrugzak op pad naar een uitzichtspunt om de gletsjer van dichterbij te bekijken. Ook hier waait het weer keihard en we moeten moeite doen om er tegenin te lopen. Het uitzicht is het echter waard. Terug gaat gelukkig makkelijker! Daarna bezoeken we een hangbrug ten noorden van de camping, waarna we teruglopen om onze spullen op te halen. We lopen dezelfde route terug als de dag ervoor, met als eindbestemming Paine Grande. Veel modderige plekken zijn opgedroogd, waardoor het wat makkelijker loopt. Ook hebben we de (harde) wind in de rug. Maar het blijft een pittig stuk lopen. Bij Paine Grande scoren we ’s avonds een glas wijn bij de refugio, wat we als onze beloning zien voor weer een lange dag lopen. Vanuit het raam zien we overal hazen rondrennen in de velden voor de refugio. Die avond waait het nog steeds hard en ook is het erg koud. Met meerdere lagen kleding aan lopen we over het terrein naar de tent. Ondanks de wind slapen we een stuk beter.

’s Ochtend beginnen we met het standaard ontbijtje en we voegen er nu wat van onze chocola aan toe. Dat maakt het net iets smaakvoller en is goed voor het moreel. We moeten natuurlijk wel vrolijk en enthousiast beginnen aan een dag lopen. De nachten zijn koud en de matjes zijn enkel dik genoeg om je te isoleren van de grond (zodat je niet onderkoeld raakt en doodgaat) maar van enig comfort is geen sprake. Na de eerste nacht doet elke spier in onze rug al pijn. Vandaar dat de maaltijden onze opkikkermomenten moeten zijn. Vanuit het kookhok zien we nog een tent door de lucht vliegen, maar de eigenaar heeft ‘m gelukkig snel te pakken.

Als we beginnen te lopen begint het na 5 minuten te regenen. We moeten 2,5 uur lopen naar Campamento Italiano en daarna nog 5 uur (heen en terug totaal) met een dagrugzak naar een uitzichtspunt. Bij Erratic Rock zeiden ze dat het na 5 minuten wel weer stopte met regenen en dat het geen zin had om regenkleding aan te doen. Alleen een thermoshirt, met daaroverheen een T-shirt was voldoende. Tijdens het lopen droogt het wel weer. ‘Rain covers’ voor je backpack helpen ook niet, want die waaien toch weg. Daarom hebben wij alles in vuilniszakken en ziplock bags verpakt. Alleen stopt het niet met regenen en na iets minder dan 2,5 uur komen we in de stromende regen aan bij de camping, compleet doorweekt op onze bovenkleding na. We zetten snel de tent op en Karyn is helemaal onderkoeld. Ze trilt helemaal en kan uit zichzelf niet meer warm worden. Ze krijgt nog een mok thee van een ranger en na de lunch gaan we eerst een dik half uur in de tent liggen om op te warmen. Natte kleding uit en snel de slaapzak in. Ook Martijn is verder afgekoeld sinds we zijn gestopt met lopen en hij ligt helemaal te trillen in zijn slaapzak, terwijl hij het normaal gesproken nooit koud heeft. Niet heel erg gezond en we zijn blij dat we maar 2,5 uur hoefden te lopen. We waren allebei onderkoeld geraakt, maar gelukkig niet te erg. Nadat we eindelijk wat opgewarmd zijn (wat moeilijk was door de ijskoude wind) trekken we onze natte kleren weer aan, maar wel met een droge onderbroek en sokken, en gaan we op weg voor de volgende etappe. Met een dagrugzak lopen we de Valle de Frances in. Een vallei vol besneeuwde bergen en ijspartijen. Door het lopen warmen we snel op en het zorgt er ook voor dat onze kleding snel droogt. We voelen ons daardoor al gauw weer comfortabel en we kunnen weer lachen. Het hoogste uitzichtspunt (Brittanico) is gesloten wegens sneeuw, wat betekent dat we max. 1 uur omhoog en weer terug kunnen. Het sneeuwt flink en we hebben maar beperkt uitzicht op de bergen, al kunnen we af en toe een glimp opvangen van hoe het eruit ziet als het minder heftig sneeuwt. We komen in 45 min. aan bij het uitzichtspunt en de eindbestemming. We genieten even van het uitzicht, maar moeten dan weer terug omdat we snel afkoelen door de sneeuw en de koude wind.

Campamento Italiano is de enige CONAF-camping (overheid) die we bezoeken en is minder luxe dan de particuliere campings die we hiervoor hebben bezocht. Er is geen stromend water (halen met een fles uit de rivier) en er is geen warm hok om te koken, alleen een open schuur. En er is bovendien geen wijn! In de kou koken we ons avondeten, maar het daar lang volhouden doen we niet. Ook andere kampeerders hebben het zwaar in de ijzige kou. Met handschoenen, mutsen en dikke jassen zit iedereen te koken. Sommigen lopen heen en weer met hun gezicht verborgen onder een sjaal om warm te blijven. In de tent is het ijskoud en diep weggestopt in onze slaapzak vallen we in slaap. Ondanks dat we geen grote afstand hebben gelopen was het een zware dag. En de volgende dag staat nota bene de zwaarste dag op de planning. 7-8 uur lopen met backpack naar Camping Las Torres.

De volgende dag is het nog steeds erg koud en we kleden ons snel aan en breken de tent op. Daarna een portie warme havermout en we kunnen op pad. Wanneer we de vallei uit lopen blijkt het verrassend goed weer te zijn en naarmate het later wordt begint de zon steeds meer te schijnen. Het grootste gedeelte van de dag lopen we langs een groot meer met uitzicht op de achterliggende bergen. Erg mooi! Af en toe worden we geteisterd door zware windstoten, die ons vanuit het niets de berm in blazen. We zijn ook sneller dan de voorgaande dagen, omdat onze tassen inmiddels lichter zijn geworden. De eerste checkpoints bereiken we snel en we pauzeren even warm en droog binnen bij refugio Los Cuernos. Daarna moeten we nog 4,5 uur lopen, exclusief pauzes. Uiteindelijk blijkt het een van de mooiste loopdagen te zijn. Het uitzicht is prachtig en het weer is fantastisch. We blijken ’s avonds zelfs verbrand te zijn door de felle zon. Alleen het einde van de dag is zwaar. We komen in de buurt van de camping en als we een heuvel oplopen zien we de refugios e.d. in de verte. Alleen blijkt het dan nog een dik uur lopen te zijn, terwijl het voor ons gevoel maar 15 min. was. Als we aankomen bij het eerste gebouw blijkt dat en hotel te zijn en de camping is nog eens een kwartier verderop. We zijn wel keurig voor 5 uur binnen, dus we hebben genoeg tijd om op te laden voor de laatste dag lopen.

Naast de camping zit deze keer weer een refugio, waar we naar binnen stappen voor een glas wijn. Maar er staat een speciale aanbieding op de borden. Taart met koffie/thee voor een paar euro. Dat bevalt ons wel en de taart ziet er goed uit. Na een dag lopen hebben we nu weer een zeer comfortabel momentje in een warme refugio.

Op de camping is het koud en nadat we de refugio hebben verlaten duiken we direct de tent in om te gaan slapen. Net zoals de voorgaande nachten liggen we rond 8-8.30 op bed. De volgende dag gaat de wekker om 6 uur en we hebben gemerkt dat we door de fysieke inspanning en de oncomfortabele matjes makkelijk 10 uur kunnen slapen. We hoeven de tent niet op te breken, omdat we hier vannacht weer slapen. Een van de CONAF-campings was gesloten vanwege onderhoud en de andere camping vroeg woekerprijzen. Vandaar dat we de route iets hebben gewijzigd en hier daarom 2 nachten verblijven. We lopen richting het noorden naar Las Torres, de befaamde rotspunten in het park. Er komen hier veel dagjesmensen en die willen we voorblijven.

We lopen eerst 1,5 uur heuvelop richting refugio El Chileno. Het is hier door de hoogte al een stuk frisser en aan de zijkant van het pad ligt sneeuw. Op een gegeven moment lopen we een prachtig besneeuwde vallei in, waar de refugio zou moeten zijn. Helaas is er geen refugio te bekennen! We lopen nog 20 minuten door de vallei in en vanuit het niets doemt de refugio voor ons op. Hij was blijkbaar goed gecamoufleerd door de sneeuw en de bomen eromheen. We nemen er even pauze, bestellen de duurste kop thee ooit en gaan opdrogen bij de kachel. Daarna lopen we een uur lang omhoog en omlaag door een ontdooiend bos, waar nog een boel sneeuw ligt, maar waar het constant druppelt door de smeltende sneeuw op het bladerdak. Daardoor lijkt het net alsof het regent. Als we het bos uitkomen zien we in de verte al een stukje van Las Torres. Nu alleen nog en uur lang via een steil en rotsachtig pad omhoog klimmen. We hebben er gelukkig een mooi zonnetje bij maar daardoor is het wel zweten geblazen terwijl we omhoog klauteren. Als we bijna boven zijn slingert het pad ineens weer omlaag en moeten we nog een paar minuten doorlopen tot het uitzichtspunt. Eenmaal aangekomen kunnen we de scherpe en uitstekende rotspunten van Las Torres aanschouwen, met daarvoor een half bevroren meer. Moooi! En we beseffen ons direct dat de W-trek er praktisch op zit en dat we alleen nog maar terug hoeven te lopen. Daarnaast hebben we maar 3,5 uur over de route gedaan, terwijl we vooraf dachten dat het 4,5 zou duren. Dat was een goed mentale opsteker! Na onnodig veel foto’s te hebben genomen lopen we naar beneden, waar we onderaan het rotsachtige stuk een pauze nemen om te lunchen.

Daarna lopen we terug via het pad waar de sneeuw inmiddels grotendeels is gesmolten. Weer aangekomen bij de camping lopen we bijna direct door naar de refugio voor thee en taart. Nu kunnen we vieren dat we de trek hebben voltooid! ’s Avonds staat nog een portie simpele pasta op ons te wachten, maar we zijn in feestmodus, dus we besluiten pizza te bestellen. Na het eten lopen we terug naar de tent om te slapen. Zo kunnen we een goede nacht maken en hebben we alle tijd om de volgende dag de tent schoon te maken en in te pakken.

De volgende dag pakken we onze spullen in, alleen kost het allemaal wat meer tijd. De douches en toiletten zijn gesloten en ook is er geen water meer te krijgen op de camping. Voor alles wat water nodig heeft moeten we naar de refugio. We zien de hele tijd mensen op en neer lopen met pannen, flessen en thermoskannen.

Als we klaar zijn gaan we koffie drinken bij de refugio, waarna we aan de wandeling van 1,5 uur naar het busstation beginnen. Er was nogal wat onduidelijkheid over de te lopen afstand, dus besluiten we er voor de zekerheid 2 uur voor uit te trekken. Bij de camping en de refugio had de een het over een uur lopen en de ander over 2 uur. Aangezien we de bus van tevoren moesten boeken en het een drukbezocht park is besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen.

We komen ruim op tijd aan bij het busstation en kunnen een laatste keer het uitzicht van het park aanschouwen. Daarna rijden we in 1,5 uur terug naar Puerto Natales om in te checken bij het hostel en om de kampeerspullen in te leveren. De volgende stap is om een restaurant te vinden voor onze ‘victory meal’! Oftewel, lekker eten om onze prestatie te vieren. Wij dachten gelijk aan een goed en groot stuk vlees, dus besluiten we een steakhouse of grillrestaurant op te gaan zoeken. We vinden een restaurant en lopen er door wat weinig spannend uitziende straatjes naartoe. Het oogt allemaal nog niet erg top van buiten, maar gelukkig is het binnen beter. We zijn de enige gasten en worden direct geholpen. We gaan voor varkensvlees en rundvlees en krijgen heerlijk mals vlees met lekkere sausjes geserveerd en krijgen er zelfs een salade bij, wat voor Zuid-Amerikaanse begrippen redelijk zeldzaam is. We zijn zo lyrisch door het voltooien van de trek en het erg lekkere eten dat we zelfs meer willen betalen dan de standaard 10% fooi die aan de rekening is toegevoegd.

De resterende 2 dagen brengen we door in het hostel om bij te komen. Al valt ons op dat we praktisch geen klachten zoals spierpijn hebben. Wel hebben we in de daaropvolgende dagen nog last van onze knieën.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.