Salkantay trek

Dit was één van de dingen waar we het meest naar uitkeken van de hele reis. We hebben een goed scorend tourbureau uitgekozen en trappen af met een briefing om 7 uur ’s avonds. We hebben een groep van 11 mensen, waaronder nog 2 andere Nederlanders.

‘Tour leader’ Hermo beschrijft de route voor ons. Dag 1: 7 uur lopen, dag 2: 10 uur lopen enz. We wisten dat het zwaar zou worden en snappen gelijk waarom. Pas om half 9 zijn we klaar en dan moeten we nog pinnen en water inslaan. De volgende dag worden we om 4 uur opgehaald. Als we onze tassen hebben ingepakt kunnen we nog zo’n 6 uur slapen. Dat begint al goed…

De volgende ochtend worden we op tijd opgepikt en we slapen de eerste uren in het busje, terwijl we onderweg zijn naar het begin van de trek. We ontbijten met de groep en spreken de eerste mensen. Daarna rijden we nog 40 minuten door en beginnen we met uitladen. In de verte zien we al hoge besneeuwde bergen waar we naartoe gaan lopen. Uit het busje komen naast de groep ook nog grote zakken met eten, slaapzakken en ander materiaal. Gelukkig wordt dit op de ezels gepakt die de zwaarste bagage en wat extra spullen van ons (kleding, snacks enz.) naar het kamp brengen. Wel volgen de ezels een andere route, wat betekent dat we tijdens het lopen geen toegang hebben tot onze bagage. Alleen bij de kampen kunnen we erbij, dus we moeten alsnog genoeg dingen meesjouwen.

We beginnen gelijk met een zigzaggend pad omhoog en binnen een paar minuten staat de hele groep hijgend langs de kant i.v.m. de hoogte hier in de bergen. Dat belooft veel goeds! Na een uurtje zit het omhoog lopen erop en lopen we nog 3-4 uur door over een vlak pad en dan komen we aan bij ons kamp voor die nacht. Maar dat was pas de eerste etappe. Na een lunchpauze van een uur, met heerlijk eten, gaan we verder. We slapen aan de voet van de Humantay berg, waar ook een meer ligt. In 1,5km lopen we vanaf ons kamp naar het meer, alleen moeten we 300m stijgen, gedurende die afstand. We gaan van 3.900m naar 4.200m, een zeer pittige klim. De ijle lucht maakt het er niet makkelijker op en al puffend gaan we met z’n allen de heuvel op. Dit is gelijk een test voor de volgende dag, waarbij we 4 uur lang stijgen tot aan 4.600m. Zwitserse groepsgenoot Sven is de snelste en hij racet zonder moeite de heuvel op. Martijn kan aardig meekomen met de voorsten en ook Karyn heeft het tempo er goed inzitten. Inmiddels is er één groepsgenoot afgehaakt, omdat ze verkouden was en last had van de hoogte. De dag erop gaat ze daarom op een ezel omhoog.

Eenmaal aangekomen bij het meer genieten van het mooie uitzicht op het water en de besneeuwde bergen erachter. We maken de eerste groepsfoto, waarbij nog een persoon ontbreekt. Een andere groepsgenoot heeft het conditioneel gezien zwaar en komt pas 45 min. later aan, als wij weer op de terugweg zijn. Ook zij gaat de dag erop met een ezel omhoog, al is dat mede onder druk van onze gids.

Het afdalen gaat een stuk makkelijker en zo’n 50 min. later zijn we terug bij het kamp, waar we aan kunnen schuiven voor het avondeten. We krijgen eerst een lading koekjes en thee, zodat we in de tussentijd kunnen wachten op de tragere mensen van de groep. Het ene langzame meisje komt uiteindelijk in het donker aan. Maar goed dat ze morgen met een ezel gaat, want vandaag was ‘maar’ 1,5 uur klimmen. Morgen bedraagt het 4 uur. En daarna moeten we nog 6 uur extra hiken naar het kamp. We hebben met zijn allen nog een zeer gezellig avondmaal en daarna duiken we op tijd in bed. De dag erop moeten we er rond een uurtje of 5 weer uit.

We slapen in speciale ‘sky lodges’; glazen koepels met normale bedden erin, van waaruit je een fenomenaal uitzicht hebt op de besneeuwde bergen. Echt fantastisch!

De volgende ochtend ontwaken we na een verrassend goede nacht en krijgen we een stevig ontbijt voorgeschoteld met veel koolhydraten. Daar krijgen we nog te horen dat groepsgenoot Sven na een nachtelijk toiletbezoek per ongeluk de verkeerde hut in liep. De bijnaam ‘Sleeparound Sven’ was geboren en het zorgde voor de nodige geintjes tijdens de dagen erop.

Een half uur later gaan we pad, met 3 personen minder. Deze mensen gaan omhoog per ezel. Vandaag klimmen we, zoals eerder aangegeven, naar 4.600m hoogte in een periode van 4 uur. Het is steil en de lucht is dun, wat het een zware inspanning maakt. Het is mistig, waardoor het zicht ook niet goed is. En daarbovenop krijgen we ook nog een paar regenbuien op ons hoofd. Naarmate we hoger komen veranderen deze buien zelfs in sneeuw en hagel. Eén van de pittigste stukken van de klim is de ‘seven snakes’, een grote zigzag die steil omhoog gaat. Gelukkig weten we deze klim goed te bedwingen en na het laatste en vlakkere stuk van de klim bereiken we de top van de pas. Wonder boven wonder klaart de lucht ineens op, breekt de zon door en hebben we een geweldig uitzicht op de Salkantay berg. We krijgen thee en een broodje, maken foto’s en gaan ons dan klaarmaken voor de afdaling. Aan de andere kant van de berg zien we wolken op onze hoogte hangen en in de mist dalen we af. We mogen in ons eigen tempo afdalen over de natte, gladde paden. Op een gegeven moment splitst het pad zich tig kanten op en moet je een groot veld oversteken. In de verte zien we de andere Nederlanders opdoemen, die wachtten tot groepsgenoten aansluiten, om daarna de vervolgroute te bepalen. Na 5 minuten lopen zien we in de dichte mist een gestalte, wat al gauw Juan-Carlos, onze gids, blijkt te zijn. Achteraf gezien hebben we geluk dat we niet van het pad zijn afgedwaald in de mist.

Het is ondertussen hard gaan regenen en we dalen een rotsachtig pad af met modderpoelen en natte stenen. Dik 2 uur na het begin van de afdaling komen we in een vallei aan en de zon schijnt weer. Pauze! Maar nee, we moeten nog een uur lopen naar het kamp. We komen uiteindelijk gesloopt aan bij de lunchpauze, waar de groep snelle dalers al zit te wachten. We eten een goede maaltijd en kunnen ons opladen voor de resterende 3 uur. De afdaling is een zanderig pad, wat makkelijker loopt dan de over de losse stenen. Het begint echter weer te regenen en het pad wordt spekglad. Langzamerhand dalen we af in de jungle. Jazeker, waar we eerder tegen een rotsachtige en besneeuwde berg op liepen, lopen we nu een jungle-achtige vallei in met veel groen en watervallen. Een gigantisch contrast met de ochtend! We lopen stug door en krijgen stijve knieën van het continue dalen, maar we arriveren wel met de eersten van de groep bij ons kamp. Toegegeven, ze hebben af en toe op ons gewacht, maar we weten ze over het algemeen in de korte pauzes weer bij te halen. De laatsten van de groep volgen op 30-60 minuten. Deze dag staat bekend als de zwaarste dag en we zijn best trots dat we deze 10 uur lopen in goeden doen hebben voltooid.

Vannacht slapen we in tenten die onder een rieten overkapping staan. We hebben weer een lekkere en gezellige maaltijd met de groep en iedereen begint wat meer los te komen. Flauwe humor siert de avond.

Dag 3 is een soort rustdag. We lopen 5 uur door de jungle en bezoeken watervallen en andere mooie uitzichtspunten. Wel zitten er steile stukken tussen, dus we moeten nog flink aan de bak. Sprake van echte rust is er niet. Onderweg bezoeken we een passievrucht-plantage en we mogen met de groep ook wat plukken, om ze vervolgens op te eten. We komen rond de middag aan bij het einde van het pad en worden opgewacht door een busje die ons eerst naar de locatie van de lunch brengt. We krijgen weer uitstekend te eten, waarbij het eten deze keer versierd is met o.a. een vogel en een muis gemaakt van groente. Daarna krijgen we uitleg over het verbouwen en bereiden van koffie. En niet veel later gaan we op weg naar ons kamp. We stoppen snel onze spullen weg en gaan dan op weg naar warmwaterbronnen om lekker te ontspannen. Het water is niet erg warm, maar we hebben wel lol in het bad. Onze groep is een tikkeltje luidruchtig en we weten nog een paar mooie photobombs te maken. We hebben in tijden niet zo gelachen. Daarna rijden we met 2 busjes terug naar het kamp. In het andere busje hebben ze nog een lading bier en wijn ingeslagen en ze komen aangeschoten aan bij het kamp. De rest heeft pas 1 drankje achter de kiezen, dus ontstaat er een lichtelijk ongemakkelijke situatie. De andere groep heeft ook ‘foute’ foto’s genomen in het busje en die mogen niet gedeeld worden. Maar goed, daarna wordt iedereen uitgenodigd voor een gezamenlijke borrel. Wij haken snel weer af, omdat er voor morgen weer dik 20km op de planning staat. Dag 2 zou de zwaarste dag moeten zijn, maar we nemen het zekere voor het onzekere.

De volgende dag staan we als eerst bij de ontbijttafel. We komen er al gauw achter dat een deel van de groep flink uit zijn dak is gegaan. Eén persoon is zelfs door onze gids naar zijn tent gesleurd en herinnert zich weinig meer van de avond. Een paar zijn goed brak. Goed feestje blijkbaar, maar we zijn blij dat wij ons wél fit voelen. Er gaan sowieso een aantal mensen met de bus naar de lunch-stop: het ‘langzame’ meisje, 2 Zweedse vrouwen die de trekking hadden onderschat en de Nederlandse vrouw, omdat op de dag ervoor haar schoenzolen van haar schoenen waren gescheurd. Gelukkig gebeurde dat vlak voor het einde van het pad, maar het bleek niet binnen een dag te repareren. Overigens liep de jongen die de blackout had gewoon mee.

Ondanks dat het was aangekondigd als een niet zo zware dag valt het vies tegen. We moeten eerst een paar uur een pad bergopwaarts hiken. En er zitten zeer steile stukken tussen, waaronder een paar met hoge Inca-traptreden. Delen van het pad dat we vandaag lopen bestaan uit oude Inca-paden van vele honderden jaren oud, met onder andere de trappen zoals ze die toen gebruikten. Dat was toch leuk voor de beleving toen we daar rondliepen!

We zijn al flink vermoeid als we na een paar uur bij de heuveltop aankomen, met daarop een Inca-ruïne. Vanaf deze heuvel zouden we ook Machu Picchu moeten kunnen zin, maar het is helaas erg bewolkt We nemen een korte pauze en dan begint het afdalen. Het is een zeer steile en zanderige zigzag omlaag. Na een paar minuten begint het flink te regenen en het pad wordt een grote glijbaan. Vooral Martijn heeft hier erg veel moeite mee en met veel pijn en moeite komen we na 1,5 uur beneden aan. Doorweekt van het zweet en de regen gaan we verder, alleen begint het dan nog harder te regenen. Gelukkig komen we snel aan bij onze lunchstop. We kunnen onze natte jassen even laten drogen en krijgen eerst soep en daarna een bord ‘lomos saltado’ (vlees met groenten en rijst) voorgeschoteld. Helaas is de portie wat klein en de kwaliteit is ook minder dan de vorige dagen. We hebben deze ochtend afscheid genomen van de koks van de tour operator en eten vanaf nu bij lokale restaurantjes die op de route liggen. We missen de koks nu al, want het eten was echt geweldig. Heerlijk vlees, aardappelen, quinoa, gebakken kip en nog veel meer. Precies de dingen waar je zin in had na een dag lopen.

Na een tijdje klaart het op en gaan we verder. Vanaf nu is de route makkelijker, omdat we grotendeels een treinspoor volgen tot aan Aguas Calientes, het stadje vlakbij Macchu Picchu. We krijgen nog te horen dat je in het Quechua (lokale taal) uitspreekt als ‘Macchu Piektsju’, omdat het dan ‘grote berg’ betekent. Wanneer je ‘Pitsju’ zegt, betekent het ‘grote piemel’. Belangrijke nuance…

De laatste uren lopen zijn wel pittig. Het is een slijtageslag geworden na het parcours van vanochtend. Zelfs de gidsen ogen vermoeid door het vele stijgen en dalen, in combinatie met de koude regen. Toch loopt iedereen stug door, omdat het de laatste kilometers van de tocht zijn.

In Agues Calientes eten we wat en daarna drinken we nog een biertje. Dan gaan we naar bed voor de grote dag morgen. We moeten om 5 uur klaarstaan bij de receptie van het hostel, zodat we vroeg kunnen beginnen aan de klimtocht naar boven. Het ‘enige’ wat we hoeven te doen is 1,5 uur lang steile trappen oplopen. Helaas regent het en we zijn al gauw doorweekt. Voor het eerst merken we de vermoeidheid van de 4 dagen lopen hiervoor. Onze benen zijn moe en futloos en we hebben moeite om de trappen op te komen. We halen onderweg nog wel de nodige mensen in en arriveren binnen 1,5 uur bij de toegangspoort tot Macchu Picchu. Dan is het een zeer bevredigend gevoel dat overheerst, omdat dit betekent dat we de Salkantay trek hebben voltooid! Gezien de lange afstand, de hoogte en het terrein twijfelden we er serieus aan of we fysiek gezien fit genoeg waren om de tocht te doen. Maar nu staan we er wel mooi even!

Bij de toegangspoort trekken we wat droge kleren aan en dan volgt een tour van 2 uur door de mistige en extreem drukke stad op de berg. Er lopen al massa’s toeristen, maar zo af en toe vinden we een plekje waar we wat uitleg krijgen over de architectuur en bouwkunst van de Inca’s. Aan het eind van de tour nemen we afscheid van de gidsen en maken we nog wat groepsfoto’s. Daarna kunnen we de stad op eigen gelegenheid verkennen. Een deel van de groep heeft tickets gekocht om de Macchu Picchu berg verder te beklimmen. Dit is de berg waar de stad op is gebouwd, alleen kun je nog een stuk verder naar boven. Er is echter maar één persoon die het doet, omdat de rest te gesloopt is. Zelfs de mensen die vanaf dag 1 continu voorop liepen zitten er doorheen en gaan niet verder omhoog. De enige die omhoog gaat is Sven de Zwitser die vanaf de eerste minuut al in een bizar hoog tempo loopt en die niet vermoeid raakt door de steilste klimpartijen. Zelfs na de 10 uur lopen van dag 2 had hij niks geen last van vermoeidheid. Wat een beest.

Met de groep gaan we naar een huisje bovenaan de stad, waar we de befaamde foto’s kunnen schieten die je in de tijdschrift ziet. Daarna gaan we met z’n allen met de bus naar beneden en de rest van de middag hangen we met de groep rond in Agues Calientes. We komen rond 12 uur aan in het stadje, maar moeten nog tot 6 uur wachten voordat we vertrekken. Uiteindelijk worden we nog genaaid bij restaurant Inti Akwa met slecht eten en 20% belasting die bovenop de rekening wordt gedrukt, zonder dat het ergens genoemd staat. Daarna wachten we het laatste uurtje bij het hostel, voordat we met de trein en bus weer richting Cusco gaan. We slapen bij hetzelfde hostel en als we rond 10 uur aankomen herkent de eigenaar ons en brengt ons naar onze kamer, waar we direct op bed ploffen: moe maar voldaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.